Projectevaluatie Incident op School

Onze instelling doet mee aan een pilot voor het registreren van incidenten. Dat kan van alles zijn, maar de nadruk ligt op veiligheid. Voorbeelden zijn: verbaal geweld, fysiek geweld, vandalisme, grove persterij, discriminatie, etc. Zelf registreren we al langer dan dit project, maar we hebben onze ervaringen nu wel weer op een rij. Even wat achtergrond informatie:

Het project wordt getrokken door MinOCW. Het systeem waarin geregistreerd wordt, is geleverd door DSP-Groep en gebouwd door Topicus (in TripleA land geen onbekende). Om eenduidigheid te krijgen is er eerst onderzoek gedaan naar definities en categorieën. Dit is uitgevoerd door ITS, onderdeel van de radboud Universiteit Nijmegen.

Het doel van het project is ervaren hoe bruikbaar de definities zijn en welke manieren van registratie het meest effectief zijn. Naar alle waarschijnlijkheid zal incidentenregistratie verplicht worden gesteld. Het grotere lange termijn doel is meer inzicht krijgen in welke mate scholen veilig zijn, een beeld hierover te vormen van het onderwijs in brede zin en op termijn te gaan benchmarken. Voor scholen zelf kan de registratie leiden tot rapporteringen, om zo te sturen op veiligheid en handreikingen te doen om concrete maatregelen te nemen.

Mens en organisatie blijft de grootste uitdaging voor onze instelling:
- Bewustzijn binnen de teams en bekendheid met het onderwerp vergt voortdurende aandacht.
- De registratie zelf wordt vaak ervaren als ‘extra werk erbij’.
- Het voordeel van het systeem is niet altijd direct voelbaar, daarom is mensen ‘verleiden’ tot het gebruik ervan moeilijk.
- Vraag blijft ook hoe zich deze registratie verhoudt met die van ongevallen en meldingen naar arbeidsinspectie?
Mijn eigen kijk: Als de incidentenregistratie organisatorisch niet ‘gehangen’ zou worden aan Arbo, zoals nu vanwege het perspectief veiligheid, maar een logisch gevolg zou zijn van het pedagogisch handelen, dan zouden de meldingen ook uit een LVS kunnen ‘rollen’. De samenhang met de begeleiding, signalering en nazorg van incidenten is dan beter te borgen.

Technisch:
- Het systeem zoals dat in de pilot gebruikt is, is laagdrempelig om te gebruiken. Een incident neemt één scherm in beslag, waarop alles ingevuld kan worden.
- Autorisatie naar teams of afdelingen is mogelijk. Hierdoor kunnen rollen toegekend worden waarbij iemand registreert en anderen weer inzage hebben voor een hele school. Ook is er een analyse rol, waarbij statistieken getoond worden. Dit laat bijvoorbeel allerlei percentages zien van incidentsoorten door de tijd heen.
Mijn eigen kijk: Willen we de rapportage onderdeel maken van onze overige informatievoorziening, dan moet alle data makkelijk er uit te exporteren zijn. Dit is nu al mogelijk door velden te kiezen, een tabel te maken en op te slaan naar excel of SPSS. Echter niet alles komt dan mee. Of althans dusdanig dat we het zo kunnen importeren naar interne monitoringsystemen. Maar er moet iets overblijven om te wensen toch?
Om meldingen uit een LVS of begeleidingsysteem te laten ‘rollen’ zou een integratie nodig zijn met de kernregistratie deelnemers of een begeleidingsmodule. Toekomstplannen hiervoor zijn geschetst tijdens de Markt van Leveranciers op 17 November 2009 in Utrecht.

Even de redenatie doortrekkend: een LVS is qua concept vaak logboek waarin signalen, handelingsafspraken en contactmomenten worden vastgelegd. Als de informatie die aan een logboekitem kan hangen, ook wordt vormgegeven volgens de bovenstaande definities, dan zou een LVS de incidenten aandragen bij het registratiesysteem. Een beetje zoals de plannen zijn omtrent het doen van verzuimmeldingen bij de IB-groep: eerst op een aparte portal, maar later geïntegreerd vanuit je begeleidingsysteem.

Al met al een leerzaam project. Afwachten blijft nog even hoe het verplichtende karakter vanuit MinOCW er uit gaat zien.

4 perspectieven voor strategisch assortimentsbeleid

Ik heb in het verleden n.a.v. de Long Tail in het onderwijs en je productportfolio geblogd over ‘Strategisch Assortimentsbeleid‘. Onze instelling is nu in de oriëntatie hierop wat verder gekomen. Voorlopig kiezen we voor 4 perspectieven:

  • Rendement: Hoeveel levert een opleiding op? Dit kan uitgedrukt worden in aantallen diploma’s. Methodieken hiervoor zijn een “harde diploma-teller”, rapportages als “Aanval op de Uitval” en VK2 (Vragenlijst Kengetallen) lijsten van inspectie.
  • Betaalbaarheid: Hoeveel kost een opleiding? Deze blijft een uitdaging. Methodiek vooralsnog is Activity-Based-Costing met de Onderwijscalculator.
  • Arbeidsmarktrelevantie: Hoe goed kun je een baan vinden met een opleiding? Dit kan uitgedrukt worden met zogenaamde ‘krapte-indicatoren‘ van UWV en rapportages van Colo en ROA.
  • Omvang: Hoe groot is een opleiding? Is het aantal ‘afnemers’ groeiend of dalend? Dit kan uitgedrukt worden in deelnemers naar leerweg, niveau etc.

Al met al een hele zoektocht, want per opleiding of afdeling willen we hier iets zinvols over kunnen zeggen. Wel leuk om te doen! Daarnaast tricky in gedrag: verantwoord kijken naar de levensvatbaarheid van opleidingen vergt soms voorzichtigheid.

Demented Reality

Locatiebewuste apparaten gaan het helemaal worden, in combinatie met informatie die over onze eigen visuele waarnemingen heen gelegd wordt. Maar, of we er allemaal intelligenter van gaan worden? En of de werkelijkheid er van verbetert? Eén mogelijk scenario in het filmpje hieronder:

Augmented (hyper)Reality: Domestic Robocop from Keiichi Matsuda on Vimeo.

Toch nauwelijks AUGmented te noemen, eerder DEmented, vooral naar het einde toe…

Overigens schijnt er al snel iets aan te komen wat er op gaat lijken. Google Streetview die advertenties uit het straatbeeld vervangt door eigen advertenties. Overigens: wat zijn die filmpjes op Vimeo toch mooi! Een beetje zoals TED zich verhoudt tot Slideshare, zou verhoudt Vimeo zich tot Youtube, althans mijn mening.

Is er overigens Augmented Reality die informatie legt over je andere zintuigen dan visuele?

Einde van Nav4All

Soms denk je dat grotere organisaties beter voor continuïteit kunnen zorgen. Helaas, Nav4All gaat stoppen, per 1 februari. Vanwege een probleem met de licenties van de gebruikte data (kaarten).

Ik heb Nav4All altijd met veel plezier gebruikt op mijn Blackberry: duidelijk gesproken instructie, correcte aanwijzingen op fantastische verkeersknooppunten in Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk. Op tijd 6 baantjes opschuiven tussen vrachtverkeer en caravans: ging allemaal prima. En belangrijk: gratis. Ik had er zelfs voor willen betalen, maar er lijken geen financiële problemen.

Nu op zoek naar een alternatief….

Nieuwe programmamanager Parell

Ik wens Loek van den Ham veel succes als programmamanager Parell!

Voor elke docent een tabletje

In het verleden heb ik wel eens geschreven over het motto “breng de applicatie naar de werkplek”, dit omdat het anders de registratie-handeling zelf tot hogere administratieve lasten leidt en tot “2de-hands informatie”. Deze registratie-handelingen dienen bij voorkeur niet te bestaan uit overtypen, maar uit enkele kliks of toetsaanslagen of nog beter: schermaanrakingen. We blijven toch tactiele wezens. Zodat de informatie kan worden vastgelegd op de plaats waar deze ontstaat.

Nu is de echte werkplek van een docent niet een gemeenschappelijke docentenwerkruimte die er kantoorlijk uitziet. Behalve het klaslokaal, waar nog wel een PC neergezet kan worden, is de werkplek van een docent steeds meer mobiel. Coaching, begeleiding en lesgeven vindt steeds meer plaats op flexibele plekken, in en buiten het schoolgebouw.

Vanochtend las ik een bericht over de toepassing van tablet-pc’s in de zorg. Waarop ik bedacht dat de werkplek van mensen uit de zorg overeenkomsten vertoond met die van onderwijs. “Lokalen” met meerdere patiënten, momenten met individuen, veel wisselingen, veel logistieke uitdagingen. De voordelen die daar gelden, gelden ook in het onderwijs, lijkt me.

Overigens registreren we niet om de registratie opzich, maar de sturingsinformatie die dit alles oplevert is waardevol en daarnaast helpt het op operationeel niveau om processen soepeler te laten verlopen.

Zou het onderwijs er niet veel ‘cooler’ uitzien als elke docent met zo’n tablet zou rondlopen? Niet dat ik alleen de wow-factor wil verhogen… Verder is deze post niet bedoelt om allerlei reacties op te roepen over Windows versus Apple ofzo, ik zag alleen een aanleiding in de huidige media. Verdere hype en anti-hype mag elders ;)

VSV – De pegels (II)

Ik heb in het verleden kritiek gehad op  de VSV berekeningen. Hun ontsluiting van informatie is verder super. Het doel van de convenanten natuurlijk ook. Maar een en ander wordt nu duidelijker:

  • Studenten die uitstromen naar een particuliere onderwijsinstelling zijn automatisch VSV-er. Terwijl de definitie stelt dat iemand pas VSV-er is, als deze bij ongekwalificeerde uitstroom, het schooljaar er op (1 oktober) niet meer deelneemt aan onderwijs. Dus ook al stroomt iemand zonder kwalificatie uit je onderwijsinstelling, als de student verder gaat bij een andere school, is hij/zij geen VSV-er. MITS die school aan BRON (IB-groep) rapporteert. Erkende particuliere instellingen doen dit niet. Dus: in de geest van de definitie niet, volgens metingen wel VSV. Kosten per misser: €2.000
  • Studenten die uitstromen naar het buitenland (en die zijn er zeker!), worden automatisch VSV-er. Ook bijvoorbeeld alleenstaand minderjarige asielzoekers die bij de 18de verjaardag moeten terugkeren.
  • Als het studentenaantal toeneemt, dan is bij een even groot percentage VSV, de absolute VSV hoger. Daar houdt de norm geen rekening mee.

Bijna echt

Even een blogje voor tussendoor en over iets anders: een filmpje op vimeo van Alex Roman. Waarvan de beelden er zo realistisch uitzien dat het haast niet te geloven is dat het animatie is. Het mooist te bekijken fullscreen met de speakers wat harder…

The Third & The Seventh from Alex Roman on Vimeo.

Ik heb overigens met veel plezier naar het visuele bombardement van Avatar3D gekeken, maar hun budget kennende en de serverfarm die er voor nodig was, vind ik dit toch een hele prestatie van iemand die dit thuis in zijn vrije tijd maakt. Combineer nou eens het talent van een animatiekunstenaar zoals hierboven met de rekenkracht van Avatar, wat zou er dan nog mogelijk zijn?

Standaarden in competentiemodellen

Via de nieuwsbrief van EduStandaard kwam het verslag “Vertaling Competentiemodellen” binnen. Het is geschreven door Jos van der Arend en Bas Jonkers:

“Dit verslag beschrijft de resultaten van de inventarisatie naar vertaling van competentiemodellen. Kennisnet voorzag een sterk toenemende behoefte aan vertalingen tussen competentiemodellen. Doelstelling van de studie was om te komen tot een methodiek om vertalingen van competentiemodellen mogelijk te maken.
Om de problematiek helder te maken is gestart met een verkenning naar mogelijke competentiemodellen. Vervolgens zijn een algemeen competentiemodel‐vertalingsmodel en algemene gebruikscenario’s beschreven.
Met het vertalingsmodel en deze gebruikscenario’s zijn een aantal relevante belanghebbenden in het MBO‐domein benaderd en ondervraagd over de vertaalbehoefte. Conclusies zijn dat er in het MBO‐domein niet veel behoefte is aan vertalingen. Hét competentiemodel binnen het MBO is de Competentiegerichte Kwalificatiestructuur (CKS) van COLO.”

Ten eerste toont deze conclusie indirect de rijpheid van het CGO gedachtegoed aan. Het komen tot standaarden is een moeizaam proces en meestal eindig je met meerdere ’standaarden’. Het verslag zegt verder dat het algemeen geaccepteerd is en er groot draagvlak voor is.

Verder is het verslag nuttig voor wie een overzicht wil hebben van alle modellen, frameworks en standaarden die er zijn: ERK, EQF, ECS, e-CF, HR-XML, ICOPER, IEEE WG20, IMS RDCEO. Ik ben niet alleen gek op modellen, maar ook op afkortingen ervan ;) . Verder dan alleen een opsomming worden deze gerelateerd (zie afbeelding).

Conclusies:

Competenties bevinden zich in het spanningsveld tussen opleiding en beroep (domein leren respectievelijk werken). Wil het deze brugfunctie vervullen, dan zijn vertalingen van en naar deze deelgebieden onvermijdelijk.” Maar:

“Een korte inventarisatie binnen en buiten Kennisnet gaf aan dat er op dit moment nog niet erg veel behoefte is aan vertalingen in het voortgezet onderwijs (VO) en het middelbaar beroepsonderwijs (MBO). Binnen het VO wordt nog niet veel gebruikgemaakt van competentiemodellen, binnen het MBO (en ook een beetje het VMBO), is er één algemeen geaccepteerd, centraal competentiemodel: Competentiegerichte Kwalificatie Structuur (CKS) van COLO.”

Verse start saMBO~ICT

Het begon met 0-en en 1-en, het werd alle Ins en Outs van Onderwijs en ICT!

saMBO~ICT is als opvolger van ROC-i-Partners al een tijd geleden in de steigers gezet. Maar nu de nieuwe huisstijl er is en de ‘nieuwe’ directeur bekend is geworden wordt het wel concreter! Verder is nu een twitter account voor, waarvan het logo veel zegt: niet alleen infrastrucuur op het gebied van IT, maar een brug tussen Onderwijs en ICT!

Daarom veel succes toegewenst aan Jan Bartling en iedereen die in het verleden aan het succes van roc-i-partners heeft bijgedragen en dat nu ook zal doen!

Kleine Wikipedia Chrome Extension hack

icon

OK, een nerd-alert gaat er meestal niet af als ik voorbij loop. Maar deze kleine mini-hack voor Chrome gebruikers wilde ik toch even delen.

Ik gebruik nu Chrome al een tijd met grote tevredenheid. Zelfs de “DEV” variant die iets voorloopt. Hiervoor haal ik extensies op bij ChromeExtensions. Zo ook voor snelle toegang tot Wikipedia.

Deze opent standaard in het engels. Nu vroeg ik me af of ik dit kon aanpassen. En jawel! Hier is hoe:

  • Zoek de basismap op waar je extensions staan. Bij mij is dat: C:\Documents and Settings\userx\Local Settings\Application Data\Google\Chrome\User Data\Default\Extensions\
  • Er staan daar veel mappen waarvan de naam willekeurig lijkt. Blader even door tot je de map hebt met de Wikipedia Extension. In deze map bevindt zich een icon, een manifest bestand en een html-pagina.
  • Open het HTML bestand in notepad of een andere handige editor.
  • Pas alle verwijzingen naar talen (lang=EN) en landen (country=UK of US) aan, naar NL.
  • Sla het bestand op.
  • Klik in de knoppenbalk de extension aan en test door een nederlands woord in te voeren.

Het werkte bij mij zonder opnieuw op te starten of te herladen. Wishlist: 2x dezelfde extensions kunnen installeren voor zowel engels als nederlands….

Keuzegids MBO 2010

Keuzegids MBO 2010

Informatie werkt ontwrichtend en dat vind ik meestal positief. Het gedrag na de confrontatie met nieuwe informatie volgt ook steeds dezelfde patronen: ontkenning, proberen “lek te schieten”, daarna nieuwsgierigheid, alles willen weten, vervolgens willen gebruiken om beleid aan te passen en te sturen. Dat laatste kan weer op de “micro-managen” manier of zinvol middels prestatiesturing en dashboarding.

Het laatste voorbeeld dat ik tegenkwam is de Keuzegids Onderwijs MBO 2010. Zoals ze zelf zeggen:  “Kritische consumentengids die inzicht geeft in aanbod, kwaliteit en perspectieven van de opleidingen”. Op 10 punten, grotendeels uit de JOB/ODIN enquete, worden MBO’s gescoord.

Al met al doet deze publikatie heel wat stof opwaaien volgens het persbericht. Of dit valt onder verkrampt reageren volgens bovenstaand gedragspatroon of dat er inhoudelijk op af te dingen valt laat ik graag aan de deskundigen over. Waar het mij omgaat: waarom pogen om de informatie over scholen transparanter te maken, maar niet toegankelijker? Door drempels op te werpen om bij deze informatie te komen? De publicatie van deze gids moet, weliswaar voor maar €25, besteld worden. Komt vast omdat het onderzoeksbureau (HOP) ook commercieel moet zijn.

Dan vind ik ODIN zelf een veel beter voorbeeld, zeker omdat zij de bron van veel gegevens zijn. Zij ontsluiten de gegevens door mij als informatie-zoeker zelf de rapportage te laten samenstellen. Dossier, onderwerp, uitsplitsing en filtering naar school: allemaal zelf te kiezen. Overigens werkte het bij mij alleen in Internet Explorer, maar toch.

Kortom: net als UWV, CBS en VSV, vind ik ook deze manier van ontsluiting bij ODIN een pluim verdienen!

Buma Stemra ziet af van YouTube-tax

We kunnen als bloggers weer even opgelucht ademhalen: Buma Stemra ziet, voorlopig, af van de €130 per 6 te embedden filmpjes. Men zou individuele bloggers ‘ontzien’, maar ik schrijf liever toch zonder ontzien te hoeven worden.

“Buma/Stemra ziet voorlopig af van de omstreden licenties voor het embedden van filmpjes, in de volksmond de YouTubetax. Dat is volgens de branchevereniging voor podia en festivals VNPF de uitkomst van gesprekken van Buma/Stemra met VNO/NCW en MKB Nederland.”

Via 3voor12.

VSV Verkenner

VSV Verkenner ROC Tilburg In het verleden heb ik al vaker geschreven over VSV en de manier van berekenen. Alhoewel daar dus op af te dingen valt (o.a. doordat uitstroom naar erkende particuliere opleidingsinstituten die niet aan BRON hoeven te rapporteren, automatisch “Voortijdig Schoolverlaters” zijn), vind ik de nieuwe manieren van informatie tonen echt heel waardevol.

In voorgaande jaren was de VSV-Atlas een vuistdik document waar je, na enig zoeken, je eigen regio en instelling terug kon vinden. Nu is echter alle informatie terug te vinden in de VSV Verkenner. Waarom zo handig:

  • Alles online bij de hand
  • Makkelijk in en uit te zoomen, van regio, naar stad, naar school en terug.
  • Op elk zoomniveau specifieke aanvullende informatie, afhankelijk van gekozen regio en stad.
  • Vergelijkingen: op elk niveau kunnen vergelijkingen gemaakt worden. School vergeleken met regio, regio’s onderling, scholen onderling etc.

Kortom, een handige site voor iedereen die bij VSV en de cijfers betrokken is.

Architectuur: noodzakelijk stuurinstrument voor BVE-bestuurders

Architect

Ik was vandaag te gast bij ROC Midden Nederland voor alweer de derde Markt van Leveranciers. Georganiseerd door het BVE-Platform, of nauwkeuriger: onder de vlag van saMBO~ICT. Onze instelling is al een tijd zich aan het oriënteren op een opvolger voor nOISe. Deze markt ging niet alleen over kernregistratie, maar ook onderwijslogistiek en andere terreinen van planning en organisatie.

De openingslezing werd gehouden door Daan Rijsenbrij. Met als titel: “Architectuur, noodzakelijk stuurinstrument voor BVE-bestuurders”.

Daan opent met de kreet: “Je kunt niet zonder architectuur!” en de vraag of dat geen flauwekul is. Daan ziet vaak dat er wel een (referentie)architectuur wordt gebruikt, zonder dat de noodzaak eigenlijk bekend is. Architectuur is geen “IT-feestje”. Hij schetst een linkeroever met een hiërarchische instelling en losse IT systemen en een rechteroever met genetwerkte systemen in een webachtige instelling.

Vervolgens komt Daan met een open vraag: “Waarom blijven ontwikkelingen hangen?” Stilte in de zaal, toch twee reacties: Jaap de Maare oppert als probleem “decentrale inspraak zonder regie” en een ander “te weinig jonge mensen”.

Daan zelf:
- We durven niet te investeren, kost gaat voor de baat uit.
- Onvoldoende architectuur aanwezig om het op een verantwoorde manier te doen.
- Er is een vloedgolf van nieuwe technologieën.
- Er is een vloedgolf aan eisen en wensen: betere service, nieuwe regelgeving, CGO, lagere kosten, plaatsonafhankelijk leren etc.

Vervolgens pleit hij ervoor om het doel van architectuur scherp te hebben: het biedt een atlas, het helpt complexiteit te verminderen, het is kaderzettend voor de realisatie en het is een communicatiemiddel. Hij geeft ook een definitie van architectuur: “Het schrijft voor hoe een onderneming de informatievoorziening, de applicatie-architectuur en de infrastructuur wordt vormgegeven, dient te worden gebouwd en zich voordoet in gebruik”.

Waarbij de metafoor de volgende lagen kent:

  • stadsplan = schoolorganisatie
  • wijkplan = domein
  • gebouwontwerp = informatiesysteem
  • de ‘binnenhuisarchitectuur’ in deze metafoor is meestal nog in een beginnend stadium.

Verder merkte ik enkele tips op:

  • visualisaties zijn belangrijk (hij onderscheid er 6).
  • let op bij aanschaf van pakketoplossingen: elk pakket heeft een inherente architectuur, als deze je niet duidelijk is, besef dan wel dat je deze cadeau krijgt! En consequenties heeft.
  • start met eigen architectuur.
  • laat de leverancier zijn architectuur tonen.
  • referentiearchitectuur is belangrijk: je hoeft niet het wiel opnieuw uit te vinden.
  • onderzoek de aanpasbaarheid/veranderbaarheid van een pakket.
  • laat architectuur eigendom zijn van businessmanager niet van IT.
  • architectuur dient volledig begrijpbaar te zijn, ontdaan van technische termen.

Valkuilen om te vermijden:

  • Architectuurprincipes vermelden zonder aansluiting bij het ontwerp zinloos. Als het niet aanwijsbaar is, laat het dan weg.
  • Soorten architecten door elkaar halen: de term architect is aan erosie onderhevig. Als je jezelf serieus neemt, dan noem je jezelf architect. Er zijn echter kaderstellende (enterprise en domein) en oplossings- architecten.
  • Niet weten waar je architecten zitten.

De hele presentatie is hier te vinden.

Al met al heb ik er enkele nuttige dingen uit kunnen halen. De presentatie zelf maakte echter een rommelige indruk, de lijn van het verhaal werd niet duidelijk. Ook de manier van presenteren leek van de hak op de tak te gaan, met een verzameling gedateerde sheets, ogenschijnlijk, willekeurig bij elkaar gezet. Samenvattend had ik het idee dat de presentatie “te hoog over vloog”. Helemaal toen er geen enkele vraag bleek te komen uit het publiek. Ook niet toen men daartoe uitgenodigd werd. En dat is een veeg teken: een publiek dat geen enkele reactie vertoont is meestal een signaal dat de boodschap niet overgekomen is.

Dat vind ik jammer omdat de timing en keuze van dit onderwerp binnen de BVE instellingen zeker niet te vroeg komt.

Ruime informatievoorziening voor krappe arbeidsmarkt

Één van de punten uit de bestuurlijke agenda van onze instelling is “De verankering van de opleidingen in het veld is wezenlijk verbeterd.” Daarnaast zoeken we manieren om ons productportfolio kritisch te bekijken. Aspecten die hierbij een rol spelen: kosten of betaalbaarheid en rendementen van een opleiding.

Een andere dimensie zou wellicht kunnen zijn: arbeidsmarktrelevantie. Een indicator hiervoor is de krapte op de arbeidsmarkt. Cijfers hierover worden geproduceerd door het UWV. Ik heb er afgelopen dagen mee gespeeld en ik wilde mijn eerste ervaringen erover kwijt.

  • Ten eerste een prima voorbeeld van hoe een overheidsinstelling zijn beschikbare informatie niet opsluit maar juist toegankelijk maakt! Behalve dat er maandelijks rapportages in PDF worden geproduceerd wordt de complete set van gegevens beschikbaar gesteld op een manier die zelf flexibel samen te stellen is. Door kolommen en rijen samen te stellen met de dimensies die je zelf nodig hebt (beroepsklassen, beroepsgroepen, periodes, regio’s etc.). Tenslotte is alles naar Excel te exporteren voor verdere verspreiding. Het systeem is zo te zien van Panorama.
    Ook zijn de gebruikte definities snel terug te vinden in de toelichtingen.
  • Ten tweede iets over de bruikbaarheid hiervan voor ons als onderwijsinstelling. Waar we mee aan het experimenteren zijn is om deze cijfers te verbinden met opleidingen. Door te kijken naar de beroepsgroepen waarvoor wordt opgeleid. Dan zou uit de krapte-indicatoren van al die beroepsgroepen een totale krapte-indicator voor de opleiding berekent kunnen worden. Sommige beroepsgroepen zijn wel toe te schijven aan meerdere dicht bij elkaar liggende opleidingen, uit dezelfde sector, maar als indicator zou het nuttig kunnen zijn.

Hoe het standpunt “student centraal” en “verankering in het veld” zich verhoudt is trouwens een ander verhaal. Wat te doen als je een opleiding aanbiedt volgens de wensen van de student, maar waar het veld niet op zit te wachten…

Overigens mag die arbeidsmarkt wel iets minder ruim…

Mijn oudste digitale voetafdruk

Niet zo belangrijk, hier eentje uit de category “ego-self-searching”. Maar ik was toch nieuwsgierig: Wat zou nou het oudste online terug te vinden stukje informatie zijn van mezelf? Mijn eerste internet activiteiten begonnen in 96/97 ongeveer. Maar surfen liet toen weinig sporen na. Forums, blogs, eigen domeinen waren bij mij nog niet in beeld.

Wat ik wel deed had te maken met mijn bezigheden als scheikunde docent en het proberen om een soort vakcommunity op  te zetten. Dat verliep dan via nieuwsgroepen (Usenet). Laten die nou net door Google overgenomen zijn èn doorzoekbaar.

Dus na lang zoeken kwam ik verwijzingen tegen over een mailinglist “ChemNews“. Die is na een korte tijd een stille dood gestorven. Community bouwen heeft meer te maken met mensen dan met techniek… Vond het alleen leuk om terug te vinden. Er staat zelfs mijn ICQ nummer bij. November 1998 dus. Wat is jouw eerste digitale voetafdruk?

Blackberry App World

In navolging van andere App winkels, heeft Blackberry er nu ook eentje. Alhoewel een eerste blik veel games toont en andere voor mij niet nuttige tooltjes, ben ik er toch blij mee. Voorheen kostte het me altijd veel tijd om te speuren naar een specifiek Blackberry progje, waarvan je maar mocht hopen dat het technisch werkte.

Helemaal handig vindt ik de categorie verdeling die via RSS te volgen is. Mochten er op een bepaald gebied nieuwe apps verschijnen, dan krijg ik het automatisch binnen. Op dezelfde manier hield ik al nieuwe plugins voor Wordpress in de gaten en dat bevalt me ook goed. Nu dus ook voor Blackberry.

Patent-Infringement-Avoidability

Ja, trottoir is ook een moeilijk woord, alleen dat is in het Frans. Dus bij deze een andere, maar dan in het Engels… Waarom?

Ik had een redelijk primaire reactie na het lezen van deze. Gelukkig is wordpress ook weer niet zo laagdrempelig dat die reactie 1-op-1 op je blog komt ;) Anyway, Blackboard gaat weer achter een patent aan. Even disclaimer:

  • Ik ga er van uit dat er allerlei redenen zijn waarom een leverancier, buiten zijn eigen wil om, in een patenten-oorlog verzeild raakt.
  • Ik ga er van uit dat Amerikaanse situaties i.v.m. patenten verschillen van Europese.
  • Ik ga er vanuit dat zo’n patenten-oorlog als klant te ingewikkeld is om echt te volgen. Voor wie dat wil ervaren: lees Michael zijn feed van Edupatents maar eens door.
  • Ik ga er van uit dat een klant niet eens wil weten hoe die patenten in elkaar steken. Als klant wil je er vooral geen last van hebben. Bijvoorbeeld door verminderde investeringen in innovatie, die zijn weerslag krijgen in een applicatie die trager ontwikkelt.

Maar even verder redenerend: hoe kan een edupatent nadelig werken voor het onderwijs?

  • Ontwikkeling: juridische processen zijn kostbaar, waardoor minder geld overblijft voor de ontwikkeling van het pakket. Dus in plaats van geld te besteden aan innovatie, wordt er geld besteed aan advocaten en juristen.
  • Licentie-kosten: een leverancier moet het geld ergens vandaan halen. Dat leidt indirect tot afwenteling op de klant door hogere licentiekosten. Waar een onderwijsinstelling weer voor opdraait.
  • Verminderde functionaliteit door patent-inbreuk, als deze functionaliteit echt uit de applicatie gesloopt moet worden.

Of een leverancier zijn geld, tijd en energie niet steekt in zinloze patent rechtszaken, kun je geen onderdeel maken van de functionele eisen van een software pakket. Als je nog bezig met de keus er van of zo. Of als je onderzoek doet of je het huidige pakket niet eens wil migreren naar een ander… Ten minste, niet direct: als een patent zou leiden tot afwezigheid van functionaliteit, dan zou het gemis ervan gewogen kunnen worden, t.o.v. je eisen.

Hoe kun je dit dan wel meenemen in pakketkeuze?

Ten eerste zou er een nieuw soort eis geformuleerd kunnen worden, maar dan onder het hoofdstuk “Non-functional-Requirements“. Wikipedia geeft een hoop voorbeelden, waaronder “Legal and licensing issues”. Meer specifiek zou dit dan kunnen heten: “Patent-Infringement-Avoidability” oftwel het vermogen patent-inbreuken te vermijden.

Ten tweede zou je hier indicatoren voor kunnen verzinnen, die antwoord geven op de vragen:

  • Hoe groot is de kans dat deze leverancier betrokken raakt bij patent conflicten?
  • Hoe zou deze leverancier zich gedragen als het conflict niet vermeden kan worden?
  • Wat zou hij dan doen om negatieve gevolgen voor de klant te vermijden?

Het kunnen scoren van de antwoorden op deze vragen lijkt me wel moeilijker en het werk van analysten en marktkenners. Iemand een idee?

Een indicator voor de zapgeneratie

Je doelen bereiken klinkt leuker als de indicatie ervan een positief verband kent. Soms gaat dat echter niet, zoals bij ziekteverzuim. Hoe beter, hoe lager. Een andere is VSV. Met alle nadruk die er ligt op voortijdig schoolverlaten en het voorkomen ervan is er ook hier een negatieve indicator. Hoe minder voortijdig schoolverlaten hoe beter. Om het om te draaien heeft men in convenanten toch een positieve indicator weten te verzinnen. De reductie op VSV. Hoe meer reductie, hoe beter. Er kleven echter allerlei nadelen aan de manier waarop deze berekend wordt.

Wat voor andere prestatie-indicator (KPI) zou er geformuleerd kunnen worden voor de huidige zapgeneratie? Zappen hoeft tot op zekere hoogte niet slecht te zijn, zolang het maar binnen dezelfde onderwijsinstelling gebeurt. Opleiding past niet bij je ontwikkeling? Dan overstappen naar een andere opleiding! Zolang je maar onderwijs blijft volgen is het OK. Wegzappen vanuit onderwijs voor je een startkwalificatie hebt natuurlijk niet.

Er bestaan voor letterlijke zappers ook metrieken, vooral in verband met het wegzappen tijdens reclames. De KPI hiervoor is het percentage “Initial Audience Retained“. Oftewel: het gedeelte van het publiek dat aanwezig was bij het begin van de reclame en bleef hangen tot het einde. Hoe hoger, hoe beter.

Voor opleiding-zappers zou iets soortegelijks verzonnen kunnen worden: het percentage “Behouden Opleidingstarters”. Klinkt minder spannend dan in het engels (Initial Students Retained of zo?).