Archive for November 2008

Onderwijslogistieke deel van de bollenplaat

OK, welke bollenplaat bestaat er nu uit rechthoeken? Soms ontstaat een bijnaam uit de vorm van model-onderdelen die later shape-shiften.

Het was voor mij de eerste kennismaking met het gedeelte onderwijslogistiek binnen de bollenplaat. De kernregistratie kennen we wel zo’n beetje. De processen binnen onderwijslogistiek zijn als volgt samen te vatten:

  • Na het maken van een overeenkomst of na signalen uit het begeleidingsgedeelte wordt een leervraag geformuleerd. Deelnemer en zijn vraag centraal dus.
  • Vervolgens wordt gekeken vanuit de onderwijscatalogus of er inhoudelijk een aanbod gedaan kan worden aan de student.
  • Daarna gaat er een zogenaamde “roostermachine” aan de gang. Niet zozeer een roosterprogramma in de traditionele betekenis, maar eentje die kijkt naar het passende aanbod aan de ene kant en de beschikbare resources (personeel, financieel, facilitair etc) aan de andere kant. Oftewel vraag, aanbod en randvoorwaarden ontmoeten elkaar.
  • De manier waarop deze machine zaken doorrekent of plant hangt samen met de “business rules” van een instelling. Deze uitgangspunten bieden een kader waarbinnen de matching plaatsvindt en eventueel knelpunten naar boven komen.
  • Het niet kunnen faciliteren van een vraag en bijbehorend onderwijsaanbod doorloopt vervolgens een apart proces. Er is immers al een overeenkomst met de deelnemer.
  • Als gedurende de ontwikkeling van een student een veranderende vraag ontstaat gaat de machine weer aan de slag.

Eigen indruk: het “machientje” dat voordurend intelligent omgaat met veranderende vragen van een individu en hierop resources matcht is in mijn ogen raketwetenschap. Tegelijkertijd is het het hart van de logistiek. Dit soort geavanceerde functionaliteit wordt wellicht ook geboden in de wereld van transportlogistiek.
Tegelijkertijd vraag ik me af of dit alleen nodig is omdat het oplossingen biedt voor complexheid die we zelf organiseren. Als er ruimte is voor zelforganiserend vermogen van kleinere teams dan speelt dit wellicht minder. Dus de schaal waarop iets gepland of gematcht wordt speelt een rol.

Vanuit TripleA is men nu bezig om het programma van eisen verder uit te werken. Dat gebeurt door deelnemende instellingen gezamenlijk. Onduidelijk is nog in hoeverre ook de implementatie gezamenlijk wordt uitgevoerd.

PARELL bijeenkomst

Ik was vandaag bij een PARELL bijeenkomst en er stonden 2 zaken op de agenda: de ervaringen uit de workshops “Flexcollege” die kennisnet heeft gegeven op o.a. ROC Eindhoven en ROC Nijmegen en de stand van zaken binnen TripleA op het gebied van het onderwijslogistieke deel van de bollenplaat.

In de workshops “Flexcollege” wordt een simulatie uitgevoerd. Van te voren wordt in een intake bepaald welke leervragen een CVB heeft. Deze leiden tot onderzoeksvragen die de workshop inhoud geven. Uit de eerste bijeenkomst komen dan voorlopige conclusies die weer als input dienen voor een tweede deel (waarin gekeken wordt naar oplossingsrichtingen). Door je aanbod, personeel etc. vast te leggen in een onderwijsmodel kunnen er bepaalde keuzes ingevoerd worden. De simulatie gaat deze keuzes vervolgens doorrekenen. Een paar opmerkingen:

  • De initiele dataset op het gebied van resources is o.a. afkomstig van ROC Eindhoven. Het blijkt in de praktijk niet storend te zijn om te werken met “andermans cijfers”. Omdat inzicht in de consequenties van bepaalde keuzes voldoende aangrijpingspunten bieden voor beslissingstrajecten.
  • De uitkomst van de simulatie kan een onbetaalbare zijn. Binnen één workshop kun je deze exercitie echter maar 1 keer doorlopen.
  • Kennisnet anonimiseert de leervragen en ervaringen. Vervolgens worden deze gedeeld op MarktplaatsMBO.
  • De workshops kunnen besteld worden. Ze kosten 10 kiloeuro waarvan de helft vergoed wordt uit het MBO2010 programma.

Jeroen Winkelhorst van ROC Nijmegen presenteerde daarna hun specifieke leerpunten:

Praktisch: Het is goed om bij deze workshop mensen te betrekken uit alle lagen en delen van je instelling.

Inhoudelijk voor wat betreft flexibilisering:

  • Het goed regelen van EVC heeft een enorme impact op rendementen en diploma’s. Het veronderstelt wel een organisatie die na het vaststellen van EVC’s er mee om weet te gaan.
  • Meerdere instroommomenten inbouwen heeft een relatief kleine impact op rendement of uitval.
  • Ruimere openstelling van gebouwen in weken door het jaar, heeft slechts een gering effect.
  • Cruciaal is een goed gevulde onderwijscatalogus en daar te zoeken naar standaarden.
  • Sommige flexibiliseringmaatregelen leiden niet tot hogere rendementen, maar zijn misschien wel wenselijk voor de klanttevredenheid.
  • Op niveau 3, 4 is meer behoefte aan flexibilisering in zijn algemeenheid dan op niveau 1, 2.
  • Er bestaat de valkuil om teveel te denken vanuit de huidige situatie en dan proberen te flexibiliseren, ipv echts iets nieuws te verzinnen.

Eigen indruk: ik verwacht dat de workshops zeker bijdragen aan het spelen en stoeien met flexibilisering en mogelijke keuzes. Daarnaast hoop ik dat de vorming van domeinen binnen de MBO sector ook structureel meer ruimte biedt aan flexibilisering. Mijn vraag of domeinvorming van invloed is op de algoritmen in de simulatie zou worden meegenomen.