Archive for March 2009

CVI Management Conferentie off-site volgen met #cvi09

cvi

Ik kan er (helaas!) niet bij zijn, maar vandaag en morgen is de  CVI Management Conferentie in Noordwijkerhout. Er wordt hier geblogd. Wel probeer ik zoveel mogelijk te volgen. En dat blijkt steeds makkelijker!

Er is een Twitterfountain en TweetGrid ingericht en als je zelf interactief wilt zijn, twitter dan met tag #cvi09.

Parell bijeenkomst

parellbanner

Sinds kort schrijf ik samen met anderen van Parell op de groepsblog daar. Aan bod kwamen: De bijeenkomst kenniskring  met bestuurders, de Netwerkschool3.0 van de ArgumentenfabriekAan- en afwezigheidonderzoek van inspectie en Onderwijslogistiek van Triple A. Meer is te lezen hier.

De onderwijscalculator

Ik ben vandaag bij Aequor in Ede voor een Train-de-Trainer sessie van de onderwijscalculator, samen met o.a. Hans. Straks hier terug te vinden. Het doel is het instrument leren kennen, het model, het gebruik en implementatie. Het systeem is slechts de helft van het verhaal, manieren van inzet vergt zeker net zoveel aandacht. De training wordt gegeven door Artefaction. Tweets zijn hier terug te vinden.

Ons eigen doel als ROC Tilburg is het instrument inzetten bij het totstandkomen van de begroting, waarbij Team Activiteiten Plannen (TAP), doorgerekend worden als er met parameters gespeeld wordt. Daarnaast concreet praktische handreikingen om met teams aan de slag te gaan. Andere deelnemers vermelden ook dat allocatiemodellen veranderen n.a.v. CGO en daarbij zou de onderwijscalculator kunnen helpen.

Ontstaan Onderwijscalculator

Vanuit MBO2010 kwam als snel de prangende vraag: Is CGO wel te bekostigen? Zou er een kostenmodel voor te maken zijn? De eerste versie werd in excel ontwikkelt, later kwam de webversie. Het model is gebaseerd op Activity-Based-Costing. Activiteiten die dicht tegen het primaire proces aanliggen, zoals examinering, begeleiding, lesgeven etc. 

De vraag die het moet beantwoorden: Hoe zorgen we dat we CGO betaalbaar kunnen organiseren? Het is een intern sturingsinstrument, niet een middel om verantwoording af te leggen. Het levert wel transparantie en, mits goed toegepast, meerwaarde op. Als bijvoorbeeld medewerkers tot op de werkvloer meer kostenbewust worden.

Een kort overzicht heb ik al eens hier geschreven.

Inrichting

  • Het model moet ingericht worden met personeelssoorten, leerwegsoorten, activiteitsoorten, opleidingen, budgetten etc. Er is ruimte voor keuzes, wat je wel en niet doorrekent: bijvoorbeeld facilitaire diensten en overhead. Leidende vraag: Welke kosten van welke activiteiten wil je in beeld brengen? Er blijven altijd kosten buiten beeld. De kunst is om de inrichting van het model te laten aansluiten bij de instellingspecifieke manier van begroten en doorbelasten.
  • Verder kent het model maximaal 3 lagen: instelling, sector/afdeling/domein en team. Als een specifieke instelling 4 lagen heeft of anders noemt, moet dit vertaald worden. Meestal is 3 lagen voldoende. 
  • Ondersteunende diensten voor projecten of bijvoorbeeld “Dienst Onderwijs Innovatie” of  “Kwaliteitszorg”, kunnen apart benoemt worden met aparte activiteiten. Of juist wel met een verdeelsleutel gekoppelt worden aan de specifieke teams waar ze ondersteuning voor bieden. Alles hangt af van wat je wilt zien. 
  • De medewerkerssoorten kunnen een soort onderverdeling krijgen naar rol. Dus als een docent een begeleider, coach of tutor kan zijn, dan kan dit in principe ingericht worden. ook tariefdoorberekening kan hier in.
  • Keuzes van inrichting bepalen logischerwijs hoe getallen uit de rapportages geïnterpreteerd moeten worden. Wat iets wel of niet betekent hangt af van allerlei instellingspecifieke definities.
  • Afhankelijk van de totstandkoming van het budget zegt het totaal, dat het model oplevert, iets. Eigenlijk moet de manier waarop een instelling de budgetten berekent, dezelfde zijn als de manier waarop het model de kosten berekent. Als je de getallen zinvol wilt vergelijken. Dit is allemaal afhankelijk van je inrichting.
  • Kosten doorbelasten: Kosten van een deelnemer kunnen worden doorberekent. Dat hangt er van af of je bepaalde niet-primaire kosten wilt “verspreiden” over de teams en opleidingen. Dan moet het budget dat er tegenoverstaat hier ook weer rekening meehouden. Reken je wel door: dan zie je uiteindelijk wel wat dit alles per student kost. Een soort TCO van een student dus.

Gedurende de middag hebben we als groep een case uitgewerkt, door een lege calculator te gaan inrichten, keuzes te maken en zo het systeem te vullen. Dat ervaarde ik als erg concreet, praktisch en nuttig. Omdat het lijkt op wat we zelf gaan doen als we met teams aan de slag gaan. 

Er komt op 2 april weer een zelfde dag, voor een nieuwe groep ROC’s. Inschrijven kan hier. Voor ROC’s die er concreet mee willen werken. Orientatie verloopt op andere manieren.

WordPress als kunstgalerij

562 Yangtze

Deze post heeft een persoonlijk tintje en het is interessant voor iedereen die WordPress gebruikt voor wellicht meer dan bloggen alleen. WordPress is voor mij de hamer die elk probleem in een spijker verandert. Het voordeel van WordPress is het hele ecosysteem van plugins er om heen, die de functionaliteit naar behoefte laat aanpassen. Maar om bij het begin te beginnen:

Mijn vader heeft zijn hele leven geschilderd en ik had altijd het voornemen om dat eens ‘helemaal’ te digitaliseren en er een website van te bouwen. Ergens rond 1998, 1999 ontstond voor het eerst de mogelijkheid om foto’s te laten afdrukken en ze direct als jpeg op cdrom te ontvangen. Toen waren er nog geen CMS-en zoals nu. Dat betekende dat er per schilderij thumbnails gemaakt werden en statische html pagina’s etc. Leuk voor 10 schilderijen, maar het wordt al snel teveel werk. Later kwamen er tools om van een bak met foto’s in één keer de pagina’s te genereren, inclusief navigatie. Toen heb ik JAlbum gebruikt.

Ondertussen vonden we als broers en zussen (ik heb er 6) dat we een keer alle werken moesten digitaliseren. Zodat we een catalogus konden geven. Leek ons een leuk cadeau. Daar verslikten we ons in, gezien de hoeveelheid: we kwamen er toen pas achter dat vader 500 schilderijen en 70 tekeningen had gemaakt. In 3 dagen doorliepen we een aardige workflow: iemand pakt schilderij en zet het op de ezel, eentje meet de maten, een ander maakt een foto, een ander schrijft een catalogusnummer op de achterkant etc. Twee noteerden alles in excel. Later hebben we uit al die foto’s de schilderijen ‘gesneden’. Vervolgens kostte het 6 inkt-cartridges en 3 dagen om te printen. Denk nooit dat je het goedkoper kan dan de copy-shop ;)

Toen heeft het lang online gestaan met Jalbum. Maar ik wilde terug naar mijn hamer! Wat blijkt? Als je maar lang genoeg geduld hebt komt de gevraagde functionaliteit vanzelf! Opzich is een kunstgalerij geen blog. Als mijn vader nog zou herinneren wanneer elk werk gemaakt is dan zou per schilderij de publicatiedatum aangepast kunnen worden. Dan zou je zijn werken in de stroom des tijds zien. Ik heb het echter als volgt gedaan:

  • Met IrfanView heb ik alle 560 werken in een keer dezelfde breedte gegeven.
  • Op kunst.jacquesdebruijn.nl heb ik WordPress geïnstalleerd.
  • Als plugin heb ik PhotoQ geïnstalleerd. Deze maakt van je blog een fotoblog (1 foto is 1 post). Met deze plugin kun je meerdere afbeeldingen in 1 keer uploaden en er posts van maken. Na een kwartier stampen had ik 560 blogposts.
  • Ik heb als theme ‘plaintxt‘ geïnstalleerd. Is nota bene voor kale tekst bedoelt, terwijl er geen letter in de postings staat. Maar een relatief kaal thema laat de werken beter tot zijn recht komen.
  • Omdat de datums onbekend zijn heb ik uit het thema, de datumvermeldingen gesloopt.
  • Het enige waar nog relatief veel werk in te doen is, is het juist categoriseren/taggen van alle werken. Gelukkig kan sinds versie 2.7 WordPress ook meerdere postings tegelijk editen.

Mijn vader vond ook dat het fysieke werk zelf het kunstwerk is. De afbeeldingen ervan zijn hoogstens ter promotie. Deze zijn dan ook vrijgegeven onder een CC–By-No-SA licentie.