Theo Huibers presenteert met als ondertitel ‘Media, Technologie en Educatie… Drie op een rij’. Hij doet eerst even ‘personal branding’, waaruit blijkt dat hij een veelzijdig type is (werk voor CITO, hoogleraar Media Interactie enz.)
Over trendbreuken: “Als óf klanten óf technologie óf wet-regelgeving verandert heb je kans op een trendbreuk”. Gefeliciteerd! In onderwijsland veranderen ze alle drie.” Hij illustreert dit met doorlooptijden van nieuwe technologie. Van 0% KPN gebruikers die WhatsApp hebben in 2010 naar 85% in 2011. Van 0 ‘Likes’ in april 2010, naar 1 miljard nu.
“Waarom kunnen instellingen de trends niet bijhouden, terwijl je sommige ontwikkelingen van ver kunt zien aankomen? Pers, muziek, media-industrie konden toch raden waar het heenging?”
Hij geeft 6 generieke redenen aan:
overzicht kwijt;
weinig kennis van zaken;
nauwelijks interesse;
geen visie;
oude leidersschapsstijl;
oude strategie.
Deze spelen volgens Theo ook allemaal in onderwijsland. Vervolgens trekt hij de vergelijking met een televisiedebat tussen Nixon en Kennedy. De impact van media is groter dan ingeschat. Niet alleen in hoeveelheid, ook de vormen van cross-media en mobiele media zijn explosief gegroeid. Hier wordt Theo vervolgens een beetje trendwatcherig en daar ben ik ondertussen een beetje allergisch voor geworden. Geeft verder niets, wat ik er wel uithaal is dat er trends in trends zijn: meer trends, korter durend, sneller komend, complexer, etc.
Trends in Educatie:
docententekort: o.a. door demografische ontwikkelingen;
internationalisering: steeds meer studenten gaan naar het buitenland.
Hij besluit met ‘Strategie’. Vroeger had strategie te maken met één focus, in een gesloten wereld. Nu zijn er duizenden managementboeken, met elk hun eigen manier van strategie, in een open wereld. Hij pleit op strategisch niveau voor:
adaptief samenwerken, kies je partners als instelling en onderhoud/vernieuw deze samenwerking;
Jaap opent de conferentie met de keynote ‘De mogelijkheden zijn ongekend’. Technisch gezien dan. Idealiter hoeft het onderwijs er ‘alleen maar’ mee te werken… Illustratief vindt hij deze afbeelding.
Hij vervolgt met de ‘gemiddelde docent’:
die van relatief hoge (49) leeftijd is;
die een traditionele vooropleiding heeft, dat vooral klassikaal onderwijs stimuleerde;
die zich de gerespecteerde allesweter voelde;
die zijn computer niet vertrouwt;
die grote angst heeft voor moderne, mobiele, technologie;
die 3 stappen achterloopt op de leerlingen.
Zijn conclusie: we moeten niet alleen techniek vernieuwen, maar ook onderwijzers.
Jaap heeft een intense manier van presenteren, die zeker de aandacht vasthoudt. Hij sloot zelfs af met een lied. Zo’n combinatie spreker/zanger zie je niet veel. Inhoudelijk echter vond ik het verhaal summier en grotendeels bekend. Zeker voor de doelgroep. Ik heb me wel vermaakt.
Ad Geluk en Niels Leijssenaar tonen wat ‘White Label Stagemarkt” is en doet. Kort samengevat brengt ‘t het register met leerplaatsen en de opleidingen bij elkaar en ondersteunt het de BPV matching. Verder integreert het met studentadministratiesystemen, zoals EduArte. De database bevat:
230.000 erkende leerbedrijven;
400.000 leerplaatsen;
informatie bij vacatures en leerplaatsen;
behoefte van bedrijfsleven.
Voorbeelden van vragen die het systeem kan beantwoorden:
Ik wil een leerbaan met deze-en-deze kenmerken … waar kan ik die vinden?
Wat zijn alle details die ik nodig heb van dit leerbedrijf om een BPV verbintenis te kunnen maken?
Is dit bedrijf erkend als leerbedrijf, nu en waarvoor?
Welke kerntaken of werkprocessen kunnen bij deze stageplaats/leerbaan uitgevoerd worden?
De datakwaliteit van stagemarkt blijft wel een uitdaging. Een aantal maatregelen moeten hierbij helpen:
900 adviseurs die bedrijven bezoeken;
aansluiting bij NHR (Nederlands Handelsregister);
functionaliteit die leerbedrijven zelf hun gegevens laat onderhouden.
Een voorbeeld van functionaliteit die middels whitelabel stagemarkt geboden wordt in EduArte.
Een stagecoördinator kan een aantal details of criteria vastleggen voor een stage (opleiding, plaatsen/afstand, werkprocessen, kerntaken etc.). Vervolgens zoekt het systeem via stagemarkt welke actuele leerplaatsen aan deze criteria voldoen. Alles vanuit je eigen administratieve systeem.
De datakwaliteit aan de kant van de instelling kan verbeteren, doordat de koppeling gegevens kan nagaan bij stagemarkt. Vervolgens kun je je eigen gegevens synchroniseren.
Hoeveel studenten gebruiken op uw instelling een laptop? 50% bijna niemand, 50% ongeveer de helft….
Hoeveel docenten maken op uw instelling gebruik van een laptop? 38% bijna niemand, 46% ongeveer de helft, 15% bijna allemaal ….
Hoe zou u het ambitieniveau van uw instelling willen aanduiden? 40% hoog, 33% gemiddeld, 27% laag …
Bij ons is er speciale aandacht voor e-didactiek. 29% Ja, 29% Nee, 43% Soms
Zijn er maatregelen genomen in het kader van de arbowet? 31% Ja, voor medewerkers, 0% Ja, voor studenten, 0% Ja, voor beiden, 69% Nee
Wordt er binnen uw instelling gebruik gemaakt van uitleenlaptops? 25% Ja, als backup, 25% Ja, voor groepen studenten, 25% Ja, voor docenten, 25% Nee
Wordt er gebruik gemaakt van ‘Bring Your Own Device’ (als beleid/in de praktijk)? 8% Ja, voor medewerkers, 33% Ja, voor studenten, 8% Voor beiden, 50% Nee.
Wie krijgt er ondersteuning bij het gebruik van laptops? 0% Studenten, 36% Medewerkers, 36% Beide, 27% Geen ondersteuning
Welke financiële consequentie heeft de invoering van laptops? 33% Kosten stijgen, 17% Kosten dalen, 50% Kosten blijven gelijk.
Hoe wordt het betaalbaar gehouden voor studenten? 27% Minder boeken nodig, 0% Studenten krijgen vergoeding, 73% Niets doen, 0% Anders
Invoering van laptops zorgt voor een verbetering van het onderwijs? 29% Waar, 71% Onwaar
Statistisch natuurlijk niet zo accuraat en gebaseerd op onderbuikgevoel van 30 aanwezigen, maar toch.
Reacties uit de zaal:
BYOD hoeft niet per se kostenbesparend te zijn.
Telefonie (apparaat/abo) overlaten aan de medewerkers zelf leidde tot veel grotere tevredenheid. Dus i.p.v. mobieltjes en abo’s beheren als instelling, de medewerker dit zelf laten kiezen en regelen en een vaste vergoeding geven. Als serviceafdeling doe je het ‘namelijk toch nooit goed’.
Vraag 5 over ARBO leidde tot erg veel reacties, vooral i.c.m. thuiswerkplekken.
Idee: richt een studentenservicedesk in voor en door studenten.
Praktijk laat zien dat 50% van de studenten gebruikt maak van financiëringsmanieren (gespreid afbetalen van laptop)
Rob schetst de situatie in 2005: 2500 lokale servers, 50 datacenters, alles verspreid. Het besef ontstond dat banken eigenlijk een marmeren portaal zijn met een PC erachter. Er komt veel kijken bij het ontwerpen van een datacenter: locatie, beveiliging, infrastructuur, duurzaam etc. Daarnaast wilde men boven zeeniveau zitten… Wat ook hielp was dat hun bouwdirecteur een kleine generaal was…
Na de opsomming van alle getallen in vierkante meters en kilowatts vroeg ik me af: leuk, zo’n datacenter bouwen, nodig als bank, maar als onderwijsinstelling? Onze IT infrastructuur is grofweg 50x zo klein, dus als MBO instelling ga je nooit een datacenter zelf bouwen toch? Of zou het rendabel zijn om met meerdere ROC’s één groot datacenter te bouwen en exploiteren? Met alle voordelen van schaalvergroting èn nadelen van uniforme standaardisering … Wat ik er ook uit meeneem: kijk kritisch naar de datacenter ‘foodprint‘ van je eigen instelling!
Nieuw begrip geleerd: “Trias Energetica“. Over de 3 stappen om klimaat-neutraal te worden.
Op alle drie de terreinen toont Rob welke maatregelen ze hebben genomen. Ze hebben daardoor ook een award gekregen.
Renee Musch (ROC Midden Nederland) en Joop Jansen (Sogeti) presenteren het nut van architectuur en de resultaten ervan. De noodzaak van werken onder architectuur ontstond door een verscheidenheid aan processen en systemen. Daarnaast nam het marktaandeel af en daalde de kwaliteit van het onderwijs. Om dit te keren werden enkele strategische ontwikkelingen ingezet:
Focus: het expliciet vastleggen van doelen en prestaties en deze meten.
Organieke wijzigingen: van 4 sectoren naar 12 colleges. Deze zitten dichter bij de branche.
Integrale benadering van onderwijs en bedrijfsvoering, uniforme processen.
De architectuur was van toegevoegde waarde door samenhang en structuur te bieden en een applicatielandschap af te stemmen op de processen. Ook merk je in projecten het nut: de scope en afbakening van verschillende onderwerpen zijn duidelijker.
Joop vervolgt met het gekozen architectuurraamwerk (3x de woordwaarde):
Vervolgens is er, geïnspireerd op de TripleA architectuur, een procesmodel en informatiearchitectuur ontwikkelt. Gedeeltelijk herken ik wel de elementen zoals die in TripleA bekend zijn, de rangschikking is echter anders. Niet helemaal duidelijk wordt waarom er gekozen is voor een afwijkende blauwdruk. Niet dat afwijken erg is, maar ik was juist nieuwsgierig naar het waarom van de gemaakte keuzes. Ik herken wel degelijk het nut van architectuur in projecten. Het bieden van standaarden, kaders en afbakening is goud waard tijdens het schijven van projectplannen. Verder biedt een referentie-architectuur vaak een schets van een gewenste situatie. Het helpt dus ook je roadmap te bepalen.
Dit kun je concreet maken en visualiseren door op een procesplaat een laag te tekenen waarin je aangeeft welke applicatie elk respectieve proces ondersteunt. Je ziet dan ook ‘gaten’ en ‘overlap’ in geboden functionaliteit. Al met al was de presentatie heel herkenbaar, omdat binnen de instelling waar ik zelf werk architectuur zich op dezelfde manier bewezen heeft.
Er kwamen ook nog hiaten in de TriplA architectuur naar voren. Omdat van ‘acquisitie’ of werving van studenten, ‘aanmelden’ en ‘alumnibeleid uitvoeren’ er geen use cases zijn omschreven in de encyclopedie. Ik hoop dat de ervaring van ROC Midden Nederland op dit gebied uiteindelijk bijdraagt aan een uitbreiding van de encyclopedie!
Roy Dusink presenteert hoe ROC Aventus cloud computing gebruikt. Hij opent met de elementen uit het beleidsplan: ‘Zorgen dat het werkt’, stabiliteit, mobiliteit, innovatie, afstemming met onderwijs. Praktisch gezien hebben zij een ‘Microsoft, tenzij… ‘ en ‘In de cloud, tenzij…’ beleid. Enkele concrete doelen:
90% van de applicaties zijn in 2012 webbased. Ze zitten nu op 13%.
Vanaf cursusjaar 2011-2012 heeft elke student verplicht een laptop.
De ervaringen tot nu toe:
Omdat sectoren zelf cloudservices kunnen afnemen, is ondersteuning een extra aandachtspunt.
De autonomie in het afnemen van cloudservices verlegt de beheerslast naar het primaire proces.
De privacy van gegevens waarborgen is moeilijk.
Monitoring van beschikbaarheid en prestaties vergt aandacht, om zo niet reactief maar proactief regie te kunnen voeren.
Veel leveranciers staan open voor het ontwikkelen van webservices. Tegelijk staat dat de snelle implementatie van cloudservices in de weg. Dienst afnemen kan morgen, koppelingen via webservices ontwikkelen kost maanden…
Leg vroeg de nadruk op beveiliging, vooral als je te maken hebt met koppelingen tussen je eigen instelling en meerdere leveranciers.
De benodigde expertise is erg hoog.
Zelf vind ik hun doelen ambitieus, maar actueel! Roy schetst verder hoe zijn ICT afdeling van karakter verandert:
Het beheermodel verandert. De harde techneuten zijn minder nodig, functioneel beheerders en contractmanagers des te meer.
Meer regievoering op SLA’s, schaalbaarheid en dataportabiliteit. Sommige cloudleveranciers bieden geen SLA of zijn niet schaalbaar. Laat staan dat ze om kunnen gaan met je eigen ‘exit-strategie’ (Als je afscheid neemt van de leverancier, krijg je je data dan op een goede manier mee?).
Werken onder architectuur.
Roy vraagt ook iets terug: Is er binnen saMBO~ICT ruimte om samen te werken op het gebied van generieke webservices en het bewaken van standaarden? Men heeft toch het gevoel zelf het wiel te moeten uitvinden en de expertise is schaars. De ondertoon was, terecht, een dringende oproep…
Harry Abels (IAA Architecten) vertelt over de historie van ‘de Gieterij’, waar ROC van Twente gehuisvest is. Hoe het transformeerde van industrieel complex (ijzergieterij) naar openbare ruimte en onderwijsinstelling. Dit illustreert gelijk één van de belangrijkste aspecten van duurzaamheid: Iets opnieuw gebruiken, voor een ander doel.
Samengevat is De Gieterij het oude skelet en dak van de oude ijzergieterij, met daar omheen en erin geschoven, een nieuw gebouw. Binnen zie je nergens radiatoren, de warmte verspreid zich overal via de vloeren. Er staan 8 ‘zonneschoorstenen‘ op het dak. Hierin warmt lucht op, stijgt op en zuigt elders in het gebouw verse lucht aan. De muren zijn niet dragend, alleen de kolommen. Hierdoor zijn ruimtes relatief makkelijk anders in te delen en toe te passen.
Harry geeft aan dat er voor architecten een grote uitdaging ligt in de IT infrastructuur. Dataverkeer, netwerk, stroom, de behoefte in gebouwen hieraan nemen nog steeds toe. Uiteindelijk is dit niet meer betaalbaar aan te leggen. N.a.v. een vraag uit de zaal blijkt dat IT nooit bij bouwvergaderingen aanwezig is. Daardoor heb je vaak gebouwen die erna moeilijk zijn te vullen met een draadloos netwerk (blackspots met slechte wifi ontvangst). Harry onderkent de noodzaak dat ICT aanwezig is bij bouwteams.
Ook schetst hij de uitdagingen binnen onderwijs. Sommige ideeën over flexibilisering zijn in de praktijk moeilijk te realiseren. Uiteindelijk is het wel ‘het mooiste ROC van het jaar‘ geweest!
Gerrie stelt de open vraag aan IT-ers: “Hoe kun je mensen in het onderwijs maximaal helpen? Hoe versta je elkaar?”. Hij noemt enkele getallen: 8000 pc’s, 600 laptops, 150 digiborden, 200 beamers etc. En met hand in eigen boezem: “We hebben al die middelen, maar zetten we ze wel goed in?” Hij heeft niet het antwoord op die vraag. IT moet in ieder geval mogelijk maken wat onderwijs is: “Onderwijs is ontmoeten”.
Tussendoor gebruik hij dit filmpje om te illustreren dat mensen soms totaal langs elkaar heen praten als het over IT gaat. Iets dat hij binnen onderwijs veel ziet. Hij vervolgt met een korte enquete: “Wat is uw motivatie om groen te worden?”
Geld besparen?
Innovatie bevorderen?
De wereld moet mooi blijven voor onze kinderen?
We willen helemaal niet groen worden!
Vervolgens vraagt hij maatregelen we zouden kiezen… dan blijft het wel een beetje triviaal… Hij introduceert ook een nieuw woord: “Scharrel-ICT”. Oftwel ICT die met vrijheid zich kan bewegen en (denk ik zelf) zich daarbij lekker voelt en elke dag een ei legt…
Binnen saMBO~ICT zijn al scenario’s ontwikkeld op het gebied van onderwijslogistiek. Dit maakt de vertaling van het conceptuele model uit de TripleA encyclopedie naar 4 mogelijke scenario’s. Zie mijn eerdere berichten.
Bert van Daalen en Eric Jongepier geven een overzicht van de volgende stap. Er worden 10 pilots gestart. In deze pilots werken steeds een onderwijsinstelling samen met een leverancier, volgens een protocol (set spelregels). De resultaten worden dan weer breder beschikbaar gemaakt. Het is dus geen aanbesteding of leveranciersselectie. De ene heeft de ‘uitdaging’ en de andere de ‘oplossing’. De combinatie kan heel waardevol zijn.
Praktisch:
5 a 7 werkdagen investering.
Uiterlijk 1 februari 2011 starten.
Commitment door een protocol, kennisdelingsessies en een beoordelingskader.
De pilot mag geen onderdeel zijn van een aanbesteding.
Onderdelen: Arrangeertool, roostermachine, middelencatalogus, onderwijscatalogus. De middelencatalogus gaat over alle faciliterende zaken die nodig zijn voor onderwijs. Ruimtes, materialen èn bemensing.
De resulaten van de pilots zijn (helaas maar wel logisch) niet publiek. Het protocol, de resultaten van de kennisdelingssessies en het aangepast Functioneel Ontwerp is wel publieke informatie. Het beoordelingskader is een doorvertaling van het functioneel ontwerp om een product te toetsen.
Esther Blom van het Wereld Natuur Fonds geeft de opening key-note. Gaat minder over ICT, maar des te meer over duurzaamheid. Onder het motto “Geef de Aarde door‘ opent ze met een filmpje en enkele feiten:
Het aantal soorten dat afhankelijk is van waterrijke natuurgebieden daalt, door uitsterving.
Waterdammen en andere infrastructuur verstoren de waterbalans in de natuur. Elke dag (!) wordt er ergens op aarde een dam gebouwd, voor energie.
Een nederlander verbruikt 2,4 miljoen liter water per jaar. Dit is ook indirect, bijvoorbeeld voor de teelt van de gewassen die we als voedsel gebruiken. Een broodje hamburger verbruikt zo 2400 liter water!
Delta’s zijn plaatsen waar de mens zich graag vestigt, ook in Nederland. Echter de natuur is daar kwetsbaar t.o.v. de economische bedrijvigheid. Daarnaast verstoren dammen de geleidelijke overgang van zout naar zoet water. Daarom onderzocht men bijvoorbeeld wat de ‘business case’ zou zijn van een open Haringvliet. De economische waarde van dit gebied zou zo toe kunnen nemen van 2,2 naar 2,7 miljard.
Jan Lammerink (ROC van Twente) en Dolf Reith (KPC) geven een presentatie met bovenstaand thema. Ik heb in het verleden al eens meer geschreven over HBPO projecten met het motto “Excellent Leren Excellent Organiseren”. Deze presentatie vertelt de ervaringen van ROC Twente hiermee.
Er was een redelijk lange wensenlijst op het gebied van flexibilisering ontstaan. O.a. meerdere in- en uitstroommomenten en differentiatie naar niveau. Om dit grijpbaar te maken werkte men met 4 thema’s:
De doorbraken die men wilde bereiken waren o.a. goed lopende maatwerkprojecten en duidelijke grenzen van flexibiliteit in aanbod. Ook hier komt snel naar voren ‘Standaardiseren om te kunnen flexibiliseren’.
De resultaten bij de enkele afdelingen:
Van 4 naar 12 keuzemogelijkheden op het gebied van specialisaties. Dit is bereikt met behulp van digitaliseren van lesmateriaal.
Ondersteunende lessen voor individualisering.
Flexibele in- en uitstroom.
Jan benadrukt het belang van hun interne ‘procesplaat’. Oftwel, heb je in beeld welke processen er zijn en wie er eigenaar van is. Van de elementen hierin wordt bijgehouden welke gestandaardiseerd zijn of nog moeten worden.
Dolf vervolgt en schetst hun KPC aanpak:
De aanpak is geworteld in “Business Proces Redesign’. Oftwel ‘herontwerp’ van de manier waarop je zaken aanpakt.
Bepaal wat de meest basale transactie in het onderwijs is, je primaire proces.
Middels een model brengt men inkomsten, kosten en opbrengsten in beeld. Hiervoor trekt Dolf de vergelijking met het bedrijfsleven en de waardeketen van Porter.
Echter, waar hij verder in gaat, is niet de basale onderdelen in de waardeketen zoals die bekend zijn op het gebied van onderwijsbedrijfsvoering en financiën. Hij legt duidelijk een link tussen de toeleverende kant (kenmerken student en soorten cognitie) en ons eigen proces. Vervolgens door te decomponeren wordt een catalogus samengesteld dat hierbij past. Daarna wordt in beeld gebracht wat voor techniek, bemensing en andere middelen hiervoor nodig zijn.
Al met al een voorbeeld van Activity Based Costing in onderwijs. Om dat het met plaatjes toch beter te volgen is, hieronder de presentatie:
Jan Kees Meindersma hield een interactieve sessie met de vraag “Hoe goed kent u de inzet van ICT in het MBO?” N.a.v. het onderzoek vier in balans. Dan blijkt ons inzicht niet helemaal te matchen met onderzoek…
Alfons ten Brummelhuis ging door op de vraag “Wat levert ict in het onderwijs nu eigenlijk op?”. De antwoorden op deze vraag zijn echter niet altijd gebaseerd op onderzoek. Opbrengsten worden vaak intuïtief toegeschreven aan:
Aantrekkelijker onderwijs
Rijkere leeromgeving
Meer mogelijkheden voor maatwerk
Onderzoek toont aan dat ICT onderwijs inderdaad aantrekkelijker KAN maken. Ook effectiever en efficiënter. Maar elke ICT oplossing komt met zijn eigen bijsluiter… Het aantal onderzoeken waaruit geen positieve invloed van ICT blijkt is echter ook groot. Alfons werkt de analogie met de bijsluiter goed uit: ICT kan een probleem verhelpen of verlichten, maar de bijwerkingen kunnen naar opspelen. Opbrengsten moet je meten op 3 niveaus: voor de student, docent en opleiding. Dan blijken er opbrengsten te zijn op zowel onderwijskundig, economisch en maatschappelijk gebied.
Alfons doet ook een oproep! Doe voorstellen voor EXMO: experimenten met ict in het MBO. Als je iets pilot of experimenteert, laat je dan begeleiden door onderzoekers die de “evidentie” van je resultaten kunnen aantonen.
Alfons spreekt overigens rustig, maar met veel beeldspraak. ICT als splijtzwam, ICT als geneesmiddel met ernstige bijsluiter, ICT als gereedschap waar je geen opleiding voor nodig hebt. Hij sluit af met stadia van ontwikkeling:
Vlo: je maakt grote sprongen, maar wel alle kanten uit. Is snel een circus.
Kip: je pikt hier eens wat, daar eens wat…
Bij: alles wordt strakker georganiseerd
Rups: kan zich verder ontpoppen
Vlinder…
Al met al de boodschap die ik er uit haal: betrek gedegen onderzoek bij veranderingen, voordat er conclusies worden getrokken. En ik hoop dat het EXMO programma een praktische manier is om dit te doen.
“Informatiemangement is een vakgebied in de pubertijd” stelt Jan-Kees Meindersma uitdagend tijdens de presentatie “IT Governance en Informatiemangement”, die hij samen gaf met Jan Bartling. Daar ben ik het wel mee eens. Eerst licht hij het volwassenheid model (vrij naar Luftman) toe.
De 3 terreinen van deze bijeenkomst waren opleiding in informatiemanagement, de positie ervan en sturing op kosten en risico’s.
Is er binnen de BVE sector behoefte aan verdere opleiding IM? Op deze vraag kwamen allerlei reacties.
- Het werkterrein IM wordt erg verschillend ingevuld. Harde infrastructuur loopt er soms dwars doorheen.
- Voorlopen op de rest van de organisatie helpt niet altijd. Modellen en processen loslaten op een organisatie terwijl de “vraagkant” niet georganiseerd wordt werkt niet goed.
- Sommige instellingen zetten IM bij het ICT domein i.p.v. het onderwijsdomein.
Positionering IM. Ook hier zijn grote verschillen:
- Binnen een stafdienst ICT.
- Als eigen centrale dienst.
- Binnen een onderwijsafdeling
Het maken van een Business Case binnen onderwijsinstellingen blijft nog moeilijk. Alternatieve methodieken zouden kunnen zijn de “Benefits case” of “Multi-criteria methode” (Parker en Benson).
Onderzoek in andere branches schetsen ook een beeld:
IM is vaak een apart taakveld en functie, maar geen aparte zelfstandige eenheid.
De rapportagelijn bepaalt vaak de focus van de informatiemanager. Rapporteert hij aan CVB of IT-Manager.
IM vaak te operationeel en te weinig strategisch.
De toegevoegde waarde is voor besturen niet altijd duidelijk.
Vaak is IM gesplitst van Functioneel Beheer.
Al met al een workshop die meer vragen oproept dan beantwoord. Wel geruststellend om te zien dat pijnpunten elders ook leven Er komt wel een vervolg…
Jeroen Westerink van M&I Partners geeft een presentatie over de ICT Benchmark BVE 2010 met als titel “Vergelijken en Leren”. De benchmark kijkt o.a. naar volwassenheid van ICT (COBIT) en TCO op 12 BVE instellingen. Samen leveren zij een redelijk beeld van de sector. Het onderzoek loopt nog, maar we krijgen toch enkele resultaten. In het kort:
Het beeld van de branche is op hoofdlijnen hetzelfde als vorig jaar.
Het meeste sprekende kengetal voor de branche is nog niet gevonden. Men hanteert er 5.
Trends zijn nog niet aan te geven.
Enkele observaties en getallen:
Schaalvoordelen bij grotere instellingen worden duidelijker.
Software kosten blijven moeilijk te duiden (vooral het onderscheid tussen educatieve software en content).
Grote onderlinge afwijking in volwassenheid.
Ongeveer 40% van ICT kosten zit in personeel, de werkplek 25%.
Gemiddeldes van de 12: Kosten per werkplek €1500, ICT kosten per deelnemer €400, ICT percentage van de begroting circa 6% (laagste 4,5% en hoogste 9%).
Nu is benchmarken een sport op zich, want wil je goed kunnen vergelijken dan moeten allerlei dingen eenduidig op dezelfde manier bekeken worden. Dat blijft een uitdaging. Vierkante meters voor ICT, energieverbruik, deelnemerlaptops die je wel onderhoud etc. maken vergelijkingen tussen ROC’s moeilijker. Wat benchmarken ook niet doet is “kostendrijvers” vergelijken. Om bijvoorbeeld de vraag te beantwoorden welke oorzaken er zijn voor kosten.
De benchmark liet instellingen ook zichzelf beoordelen op volwassenheid. (Operationele planning, compliance, projectmatig werken, architectuur etc.) Door de insteek (self-assessment) blijft vergelijken wel subjectief. Wellicht peer-review als methodiek beter? Dit maakt overigens beginnen met benchmarken niet minder noodzakelijk! Het helpt om:
Individuele instellingen te positioneren.
Verdieping aan te brengen in oorzaak van kosten.
Een begin te maken van een kwalitatieve vergelijking.
Ze begint met een illustratie en statement: “Leave it to Beaver” is over. Ze verwijst naar de tv-serie uit de jaren 50 waarin alles perfect en ideaal was. Gezinssamenstelling en omgangsvormen veranderen.
Van kilobyte naar Yottabyte (1.000.000.000.000.000.000.000.000 bytes). Oftewel de enorme toename van data met Avatar als voorbeeld.
Mobile society: Van PC centric naar Mobile centric. Voorbeeld van Nokia’s visie (Morph).
Vergroening van de maatschappij: toenemend bewustzijn van invloed op milieu en duurzaamheid.
Al met al was de keynote nogal een aanschakeling van voorbeelden in trends. De meeste waren voor mij echter al wel bekend en ik miste een beetje de echte concrete impact die het heeft op onderwijs. Wel veel illustratief materiaal meegekregen.
Ik ben te gast bij ROC van Amsterdam voor de 22ste saMBO~ICTconferentie. Harry Mouw opent met welkom en zijn eigen ervaringen bij ICT implementaties. Hij benadrukt vooral de menselijke kant van het verhaal. Vernieuwing, verandering en innovatie liepen ook dwars door organisatieveranderingen heen. ROC van Amsterdam Airport is ontstaan uit de vliegtuigtechniek (Fokker) en de stewardessen opleidingen. Ze zijn gegroeid van 1700 naar 2800 studenten. De regionale èn landelijke rol verandert.
Maar: groeien doet pijn. Hun toekomstvisie? Groei in het huidige gebouw is niet meer mogelijk. Wèl wil men naar een ander type onderwijs. Leren en werken gecombineerd. Leren thuis, onderweg, beginnend op werk. De grens tussen stage en werk laten vervagen. Dit stelt hogere eisen aan ICT.
Al met al een mooie uitdaging! De verslagen van de workshops volgen hierna.
Ik ben vandaag bij de “Overdrachtsconferentie” TripleA, in het ADO stadion. Onze instelling heeft van het gedachtegoed van TripleA en de encyclopedie dankbaar gebruik gemaakt, ook tijdens onze aanbesteding. Alle ontwerpen zijn voor ons onmisbaar gebleken tijdens het proces dat we intern hebben doorgemaakt. Vandaar dat ik een beetje bezorgd was toen ik hoorde dat TripleA ging stoppen, als organisatie. Dat bleek voor niets te zijn: het gedachtegoed wordt overgedragen aan saMBO~ICT. Gelukkig maar, want wij hebben nog veel te doen op de rest van ‘de plaat‘. John van der Meulen opende de conferentie met een stukje geschiedenis en Ben Geerdink van saMBO nam de bal over. Deze zal gekoesterd worden, volgens Ben. De overdracht zelf is niet alleen die van het ‘product’, maar nog belangrijker, ook die van de werkstijl en ‘community’. Ik ben daar blij mee omdat de verdere ontwikkeling dan geborgd is. De architectuur die is ontworpen is, hoe waardevol ook, altijd een momentopname. Aangezien het product een CC licentie kent, staat niets verdere ontwikkeling in de weg.
De community kenmerkt zich door snelle samenwerking, korte doorlooptijden, ontwikkeling in relatief kleine groepen, brede beschikbaarheid van de producten. Ben vermeld wel dat de ambities verder reiken dan het beschikbare geld op dit moment. Vooralsnog gaat saMBO “toch hard aan de slag ermee”.
Bas Kruiswijk gaat verder met de stand van zaken TripleA. Er zijn 2 addendum’s verschenen:
Functioneel Ontwerp bij het deel Kernregistratie Deelnemers. Het addendum bevat de uitwerking voor domeindeskundigen en een aanvulling van het technische gedeelte.
Prototype Roosteren: een aanvullend onderzoek naar complexiteit en haalbaarheid van de roostermachine. Het vermeld o.a. 2 oplosstrategieën (wiskundig). Daarna is een werkend prototype gemaakt: CourseTT. Het kan veel, wiskundig, maar het is nog geen direct implementeerbare oplossing. Het is wel mogelijk dat er laboratoriumexperimenten meer gedaan worden of dat het wordt aangeboden aan een leverancier. CourseTT is open source.
Tot slot werd de gouden encyclopedie uitgereikt aan Paul Meltzer als grootste supporter!
Jan Bartling volgde met een schets van hoe saMBO~ICT verder gaat met de encyclopedie. De echte werkelijkheid is namelijk dat binnen de implementatie van het hele ontwerp de nadruk nog steeds ligt op KRD. Alle overige terreinen (Onderwijslogistiek, Ondersteuning Primair Proces, etc.) dienen komende tijd meer in beeld te komen. Jan gaf ook een kort overzicht van de stand van Onderwijslogistiek. En verder naar de toekomst kijkend: zijn onze applicaties ook in de toekomst afbreekbaar? Want in de levenscyclus van alle software komt na ‘volwassenheid’ toch echt de afbreek-fase. En die vergt een eigen aanpak. Veel hangt samen met het beleidsplan van saMBO~ICT.
Ik ben vandaag op de werkconferentie “Examineren taal en rekenen”. De aanleiding voor deze conferentie was de ontwikkelingen voor centrale examinering en de implicaties naar ICT. De organisatie (Herontwerp MBO) beloofde praktische handreikingen inhoudelijk, logistiek en technisch. Echter geen blauwdrukken, “want elke organisatie is verschillend”. Dacht ik toch dat blauwdrukken een generiek karakter konder hebben .
Achtergrond door Akke Vos:
De wettelijke achtergrond is de recent aangenomen wet “Referenteniveaus Nederlandse taal en rekenen”. Hieruit volgde een gelijknamig “Besluit” en een wijziging in WEB. Omdat het onderwerp Examinering buiten mijn expertise valt kan ik er weinig overzeggen. Alleen een indruk: de kaders, inrichting en regels omtrent examinering zijn erg complex en roepen zelfs voor ingewijden veel vragen op. Generieke eisen, beroepsspecifieke eisen, worden afhankelijk van niveau en het onderzoeksjaar tijdens pilot anders behandeld. Er zijn ook weer allerlei onderverdelingen naar “Instellingsexamen” en “Centrale examen”, met per stuk weer eigen regels. Die dan weer “dwingend” zijn of als “handreiking” dienen. Daarnaast is verdere invulling van sommige onderdelen afhankelijk van politieke beslissingstrajecten. Voor mij teveel variabelen om het duidelijk te krijgen met alleen maar bullet-lijstjes. Ik wens alle examenbureau’s binnen MBO veel succes met het snappen hiervan en nog meer met de uitvoering.
Dus, mijn subjectieve indruk als leek: het polder-resultaat van inzoomen op een relatief klein terrein is een explosie van complexe regels.
Jan Paul de Vries volgde met een toelichting op de implementatie. De “technische partner” is Cito, als leverancier van de software voor het afnemen van examens. Voor 2012-2012 voor niveau 4 wordt gestreefd naar 3 periodes van 2 weken waarin de examens moeten plaatsvinden. Een instelling krijgt een set van equivalente examens en kan zelf een rooster voor afname maken. Per periode kan een student 1x examen afleggen. Een herkansing komt dan automatisch in de volgende periode. De programmatuur heet ExamenTester en Jan vindt deze “bewezen stabiel”.
Wat komt er bij implementatie kijken?
Inhoudelijk: goede toetsen en cesuur.
Logistiek: ICT infrastructuur en organisatorische maatregelen.
Procedures: regels over afnamen, protocollen, tijdvakken, beoordeling en normering.
Examentester is nu een lokaal geïnstalleerd pakket, met koppelingen naar het netwerk van Cito. De examens zelf moeten daarna geïnstalleerd worden en gebruikers moeten toegang verleend worden. In de toekomst hoeft dit niet zo te blijven en er komt een aanbestedingstraject voor examenprogrammatuur.
Fasering:
Februari 2011: In een pre-pilot wordt bij een gecontroleerde groep een digitaal examen als steekproef afgenomen.
Februari 2012: Alle instellingen kunnen meedoen aan de pilot, met 1 locatie, gedurende 2 periodes.
2012 – 2013: Alle instellingen kunnen meedoen voor alle deelnemers.
Gedurende deze fases wil men langzaam opschalen, evalueren en bijstellen. Vanaf maart 2011 kunnen alle onderwijsinstellingen een voorbeeldexamen installeren en naar eigen wens afnemen. Dit kan gebruikt worden om ervaring op te doen, met alle aspecten hiervan. Opgave voor pre-pilot verloopt via Cito.
Stafmedewerker Innovatie en Ontwikkeling voor de OnderwijsgroepTilburg. Met als aandachtsgebieden Functioneel Beheer, Onderwijslogistiek en Informatiemanagement.