Archive for the ‘Onderwijslogistiek’ Category.

Scenario’s als hulpmiddel bij functioneel ontwerpen

Ik was vandaag bij de bijeenkomst “Onderwijslogistiek – Van Plan naar Realiteit”. De 6 instellingen die zich verenigd hebben voor het uitwerken van het functioneel ontwerp Onderwijslogistiek toonden de eerste resultaten. Het eindproduct wordt op 15 juni gepubliceerd. De basis blijft het TripleA ontwerp hiervoor.

Waarom niet ‘gewoon’ het Functioneel Ontwerp overgenomen zoals dat er lag? Gedeeltelijk vanuit pragmatisme. Het deel Onderwijslogistiek van de TripleA encyclopedie is ontworpen met een punt op de verre horizon in gedachte. Mijn samenvatting ervan:

Een systeem dat massamaatwerk levert door op grote schaal voortdurend dynamisch de veranderende individuele leervraag te matchen met het onderwijsaanbod èn de benodigde resources. Tussentijds business rules checkt en daarna een rooster produceert.

Dit blijft ook nu nog raketwetenschap. Niet zozeer het technische gedeelte. Er schijnen wiskundige algoritmen en oplossingen voor te bestaan. Maar wat het vergt van de organisatie, dat gaat veel verder. Te ver voor de staat van ontwikkeling nu, dus. Maakt dat het deel in de encyclopedie onbruikbaar? Nee, omdat veel van de omschreven use-cases (21) opzich wel voorkomen in een bepaalde vorm. Ook in de huidige organisaties. De mate waarin en de vorm verschilt echter. Enter scenario’s! Hoe werkt dat:

  1. Verzin 4 dimensies, dimensies waarin organisaties kunnen verschillen. Bijvoorbeeld “Schaal van organiseren”
  2. Maak voor elke dimensie een schaalverdeling met kenmerken.
  3. Groepeer een aantal voor de hand liggende combinaties van kenmerken. Noem dit een scenario.
  4. Werk zo meerdere scenario’s uit.
  5. Vertel van elke use case uit het functioneel ontwerp hoe deze verder ingevuld wordt, voor elk scenario.
  6. Vraag aan de markt of er dit is of kunnen bouwen.

Het resultaat mag dan liever niet een voor elk scenario apart gebouwd systeem zijn. De hoop is dat (groepen) functionaliteiten aan of uit gezet kunnen worden, al naar gelang de kenmerken van een organisatie. Het voordeel, volgens mij:

  • Het komt tegemoet aan verschillen tussen onderwijsinstellingen. Verschillen op het gebied van flexibiliteitswensen, cultuur en strategie.
  • Het geeft ruimte om naar de toekomst toe wel te groeien naar meer flexibiliteit en massamaatwerk.

De presentatie en het boekje dat werd verspreid is hier terug te vinden. Overigens is er 24 juni een vervolg tijdens de conferentie “Overdracht TripleA naar saMBO~ICT”. TripleA als organisatie stopt, het gedachtegoed leeft verder, onder vlag van saMBO.

Kijk voor het verslag van Willem Karssenberg hier.

Deel 2 TripleA: Onderwijslogistiek

Als fan van het TripleA gedachtegoed zit ik veel in de encyclopedie te snuffelen. Ook al zat mijn instelling niet bij de lichting ROC’s die samen de aanbesteding KRD deden, als hulpmiddel heeft het ons ontzettend geholpen. Daarom ben ik blij met een verdere invulling, maar dan van het onderdeel “Onderwijslogistiek”. Er zijn 6 ROC’s die het functioneel ontwerp gaan uitwerken. (ROC Mondriaan, ROC De Leijgraaf, Wellantcollege, ROC Aventus, ROC Eindhoven en ROC Leiden).

Een eerste aanvulling is die van het ‘scenario-denken’. Omdat de Use-Cases nog veel ruimte open laten, terecht, voor allerlei keuzes, zijn een aantal combinaties uitgewerkt tot scenario’s. Deze scenario’s worden beschreven aan de hand van 4 kenmerken:

  • Schaal van organiseren
  • Uitgangspunt voor het roosterproces
  • Diepgang van de onderwijscatalogus
  • Optimalisering van de middeleninzet

Schuifjes voor mate van flexibiliteit on Prezi

Ik wens de 6 deelnemende ROC’s veel succes en bij voorbaat dank voor het delen van jullie ontwerpen op de wiki! (toegang voor lezers is rondgemaild)

Markt van Leveranciers 17 november

BVE Platform

Het BVE Platform organiseert weer een markt van leveranciers en ik neem het berichtje even letterlijk over:

De volgende Markt van Leveranciers die het BVE-Platform organiseert staat gepland op 17 november 2009. Uiteraard doen we ook dit onder de vlag van SAMBO~ICT. Het is de bedoeling om de verschillende markten dit jaar te combineren, dus niet te kiezen voor alleen kernregistratie of presentieregistratie, maar breder: kernregistratie, onderwijslogistiek, begeleiding en presentieregistratie.
De plannen hiervoor zijn nog niet geheel uitgekristalliseerd. We melden u de datum vast, zodat u de dag in uw agenda kunt reserveren. – BVE-Bericht juli 2009

Informatie-estafette

Estafette

Ik was bezig om procesrisico’s in kaart te brengen voor een applicatie die zowel functionaliteit kent voor administratieve processen als voor onderwijsprocessen. Één van de risico’s noem ik de “Gebroken-Informatie-Estafette”. Het gaat ongeveer zo:

Een proces staat vrijwel nooit op zichzelf maar dient meestal als input voor het volgende proces. Een aantal operationele processen kent zijn startpunt in het primair proces, vindt zijn weg in ondersteunende  diensten en eindigt daar. Of doorkruist meerdere “afdelingen” en komt weer terug in het primaire proces. Bij elke stap in het proces wordt informatie toegevoegd aan de ontvangen informatie. Vervolgens wordt deze weer doorgegeven.
Het lijkt logisch om voor een proces een proces-eigenaar aan te wijzen. Dit i.v.m. verantwoordelijkheid en sturing. Voor deelprocessen werkt dat, maar voor processen die over meerdere entiteiten of afdelingen lopen is dit moeilijker.

Voorbeelden hiervan zijn de aansluiting van de volgende onderwijslogistieke deel-processen:

  • “Aanmelding” >  “Inschrijving” > “Intake” > “Plaatsing” > “Planning van onderwijsaanbod”
  • “Toetsing” > “Examinering” > “Diplomering” > “Uitschrijving” > “Melden”
  • “Zorgbegeleiding” > “Trajectbegeleiding” > “Uitschrijving” > “Melden”

Het stokje van informatie, die in deze estafette van deelprocessen doorgegeven  moet worden, valt soms aan de kant, wordt terug- of verdergegooid…

Mogelijke tegenmaatregelen:

  • Actoren uit de deelprocessen in hetzelfde systeem laten werken. Zodat de doorgave van informatie niet afhankelijk is van flankerende administratie en eigen “lijstjes”.
  • In de keuze van het systeem, de mogelijke ondersteuning van “Workflow” zwaar laten wegen. Hiermee wordt het mogelijk op basis van de uitkomst van het ene deelproces acties uit te zetten voor actoren uit een ander deelproces.

Weet iemand nog andere mogelijke tegenmaatregelen?

Lerendoorgeven: Nieuwe site ELD

lerendoorgeven

In het kader van VSV lopen er op ons ROC 3 projecten, waarvan één gericht is op het “niet kwijtraken” van studenten op scharnierpunten (PO-VO, VO-MBO etc.) Om deze warme overdracht te ondersteunen zijn we in dit project bezig DOD’s door de keten te sturen. Op termijn echter is het de bedoeling dat het DOD als standaard opgenomen wordt in het ELD.

Mijn indruk van ELD: het loopt al jaren, maar vordert traag. Nu snap ik wel dat het moeilijk is om alle ketenpartners op een lijn te krijgen en pas de laatste jaren is de techniek ook zover dat de uitwisseling goed kan verlopen. Daarom ben ik blij met het nieuwe initiatief van LERENDOORGEVEN. Leuke woordspeling.

Twee punten vielen mij op:

  • De aandacht die de site geeft aan privacy en beveiliging.  Bij het EPD is dit ook een voortdurende beer op de weg.
  • De heldere uitleg over de logistiek van de overdracht, middels een animatie. Zie hieronder.

Al met al hoop ik dat dit nieuwe initiatief slaagt.

Magister voor VAVO

magisterlogo

We lopen al een tijd aan traject waarin we ons oriënteren op de opvolging nOISe. Daar zijn we voor het beroepsonderwijs nog niet uit. Echter, voor onze VAVO school wel. Er is besloten over te gaan op Magister VAVO van Schoolmaster.

Er zijn voor ons een paar belangrijke zaken om rekening mee te houden:

  • Het is een applicatie die zowel het administratieve proces ondersteunt als het onderwijs.  De functionaliteiten en manieren van werken lopen hiervoor nogal uiteen. Uitdaging wordt om deze juist op elkaar aan te laten sluiten i.p.v. elkaar ‘tegen te werken’.
  • Er is lichte tijdsdruk: de bedoeling is om in het nieuwe schooljaar te starten met een schone lei en nieuwe lichting studenten. Dus voor die tijd moet er inrichting, implementatie en training plaatsvinden. De uitdaging is dan om keuzes van inrichting toch goed te nemen. Omdat deze later vaak vervelende consequenties hebben.
  • We nemen maar in beperkte mate historie mee. Dat scheelt veel conversieslagen en controlerondes. Maar heeft natuurlijk ook nadelen.
  • Er hangt veel van af i.v.m. bekostiging: de koppeling naar BRON verloopt via nOISe en zal waarschijnlijk vanaf het nieuwe schooljaar via Magister gaan lopen. Als dat mislukt, heb je allerlei poppen aan het dansen.
  • Gelukkig hebben we al wel veel ervaring opgedaan met Magister in onze VO scholen.

Kortom: er moeten 100 dingen afgestemd, bepaald en gecommuniceerd worden. Om een praatpapier te hebben dat een beetje overzicht biedt heb ik een soort van blauwdrukje gemaakt. “Niet-zo-losjes-geïnspireerd” op de ArgumentenFabriek vormgeving.

Participatie Experience

participatie

Ik ben vandaag bij Stoas in Wageningen, voor een productdemonstratie van de Participatie module. Versie 1.12 om precies te zijn. Deze module stekkert op het oude nOISe en straks op de nieuwe KRD (KernRegistratie Deelnemers). Het is Educus antwoord op de functionaliteitsbehoefte wat betreft aan/afwezigheidsregistratie.

De gekozen werkvorm was met recht een “Experience”: om het te ervaren, kregen we een werkende pas (Nedap), die bij betreden van de ruimtes getoond moest worden. Dus alsof we studenten waren, werden we tijdens de experience gevolgd, bij het hoorcollege en inloopcollege. De eerste was plenair geroosterd. De tweede parallel, waar we ons m.b.v. de participatie module voor moesten inschrijven.

Bij het openen van de module staan er geroosterde afspraken klaar (koppeling met Untis), ad-hoc afspraken met anderen en die van mezelf. Door kleuren onderscheiden van elkaar, in een Outlook achtige interface. Dus ook onze plenaire “Experience” afspraak stond er netjes in. Inclusief aanwezigen en afgemelden. We hadden ook een ‘telaatkomer’, die alsnog op aanwezig werd gezet.

Enkele indrukken:

  • Bij alle deelnemers kan een waarneming geplaatst worden. Standaard kan deze op “Aanwezig” staan, maar behalve “Afwezig” zijn ook andere mogelijk, zoals “Uitgestuurd” etc. Bij inrichting van het systeem moeten deze soorten bepaald worden.
  • Alles is een “afspraak”: participanten die een activiteit uitvoeren op een bepaald tijdstip in een bepaalde ruimte. Onder afspraken vallen de geroosterde lessen èn alles wat je daarnaast zelf in de planning zet. Een participant kan zowelstudent als medewerker zijn.
  • Er werd een afspraak (voortgangsgesprek) gedemonstreerd door een mentor deze laten plannen. De deelnemer die ervoor werd uitgenodigd, ziet deze vervolgens in haar gmail.
  • Onze eigen ROC gebruikt GroupWise, voor mail èn agenda. Als de participatie module gebruikt zou worden, dan zou of het huidige agendasysteem gekoppeld moeten worden of we moeten daar mee stoppen.
  • Er is sprake van een “Self-Service-module”, voor accepteren afspraken en het inschrijven voor inloop-colleges of workshops etc. Een voorbeeld van niet-geroosterde afspraken, waarvoor ingeschreven moet worden op initiatief van de student zelf.
  • Waarnemingen kunnen automatisch tot maatregelen leiden. Dat hangt af van de keuzes van een instelling. De eenvoudigste maatregel is een signaal om bijvoorbeeld de mentor op de hoogte te brengen. Ingewikkelder kan ook: dat na een bepaalde hoeveelheid verzuim iemand een signaal krijgt voor begeleiding of aandacht. Deze persoon krijgt dat signaal dan weer op zijn dashboard.
  • Door de signalen kunnen er workflows gebouwd worden.
  • Wil de registratie niet een administratieve handeling worden, die er nog eens bij komt, dan is het van belang om de registratie heel toegankelijk te maken. In de praktijk worden “waarnemingen” zoals afwezigheid nog al eens op papier genoteerd. De echte registratie in het systeem vindt dan later plaats achter een pc. Dat leidt tot extra administratieve bewerkingen. Beter zou zijn om de registratie vast te leggen op de plaats waar de informatie ontstaat. Daar heb je dan wel overal pc’s. laptops of PDA’s nodig.
  • Er zijn alle rapporteringen mogelijk: o.a. weekoverzichten per individu, openstaande “rode” verzuim momenten waar nog een waardering voor moet komen (geoorloofd of ongeoorloofd), jaaroverzichten met “blokjes” die visueel duidelijk maken hoe iemands absentie is, qua patroon, afwezigheid per vak of onderwijsactiviteit etc.
  • Voor de telling van IIVO (In Instelling Verzorgt Onderwijs) zijn alle afspraken in beeld te brengen die daar onder vallen.
  • De module bevat een zogenaamde “kolommenkiezer” waarmee flexibel overzichten te maken zijn. Deze zijn te exporteren naar excel.
  • Het zorgvierkant van een individu, uit het DBS (DeelnemersBegeleidingSysteem), bevat een kwadrant “Gedrag”. Hier komen de presentie-resultaten. Signalen (Kees is 4x te laat!) vanuit de participatie-module worden dus beschouwd als onderdeel van de totale begeleiding.
  • Leerplicht: Het systeem toont bijvoorbeeld voor VO “Wie is er meer dan 12,5% afwezig gedurende de laatste 4 weken of 3 achtereenvolgende dagen gedurende de laatste 7 dagen, met leeftijd onder de 16?” Voor MBO is er iets soortgelijks.

(Disclaimer: deze blog is natuurlijk geen commerciële productdemonstratie, ik heb geen band verder met Educus, Topicus, Stoas of Eduarte ;) )

De onderwijscalculator

Ik ben vandaag bij Aequor in Ede voor een Train-de-Trainer sessie van de onderwijscalculator, samen met o.a. Hans. Straks hier terug te vinden. Het doel is het instrument leren kennen, het model, het gebruik en implementatie. Het systeem is slechts de helft van het verhaal, manieren van inzet vergt zeker net zoveel aandacht. De training wordt gegeven door Artefaction. Tweets zijn hier terug te vinden.

Ons eigen doel als ROC Tilburg is het instrument inzetten bij het totstandkomen van de begroting, waarbij Team Activiteiten Plannen (TAP), doorgerekend worden als er met parameters gespeeld wordt. Daarnaast concreet praktische handreikingen om met teams aan de slag te gaan. Andere deelnemers vermelden ook dat allocatiemodellen veranderen n.a.v. CGO en daarbij zou de onderwijscalculator kunnen helpen.

Ontstaan Onderwijscalculator

Vanuit MBO2010 kwam als snel de prangende vraag: Is CGO wel te bekostigen? Zou er een kostenmodel voor te maken zijn? De eerste versie werd in excel ontwikkelt, later kwam de webversie. Het model is gebaseerd op Activity-Based-Costing. Activiteiten die dicht tegen het primaire proces aanliggen, zoals examinering, begeleiding, lesgeven etc. 

De vraag die het moet beantwoorden: Hoe zorgen we dat we CGO betaalbaar kunnen organiseren? Het is een intern sturingsinstrument, niet een middel om verantwoording af te leggen. Het levert wel transparantie en, mits goed toegepast, meerwaarde op. Als bijvoorbeeld medewerkers tot op de werkvloer meer kostenbewust worden.

Een kort overzicht heb ik al eens hier geschreven.

Inrichting

  • Het model moet ingericht worden met personeelssoorten, leerwegsoorten, activiteitsoorten, opleidingen, budgetten etc. Er is ruimte voor keuzes, wat je wel en niet doorrekent: bijvoorbeeld facilitaire diensten en overhead. Leidende vraag: Welke kosten van welke activiteiten wil je in beeld brengen? Er blijven altijd kosten buiten beeld. De kunst is om de inrichting van het model te laten aansluiten bij de instellingspecifieke manier van begroten en doorbelasten.
  • Verder kent het model maximaal 3 lagen: instelling, sector/afdeling/domein en team. Als een specifieke instelling 4 lagen heeft of anders noemt, moet dit vertaald worden. Meestal is 3 lagen voldoende. 
  • Ondersteunende diensten voor projecten of bijvoorbeeld “Dienst Onderwijs Innovatie” of  “Kwaliteitszorg”, kunnen apart benoemt worden met aparte activiteiten. Of juist wel met een verdeelsleutel gekoppelt worden aan de specifieke teams waar ze ondersteuning voor bieden. Alles hangt af van wat je wilt zien. 
  • De medewerkerssoorten kunnen een soort onderverdeling krijgen naar rol. Dus als een docent een begeleider, coach of tutor kan zijn, dan kan dit in principe ingericht worden. ook tariefdoorberekening kan hier in.
  • Keuzes van inrichting bepalen logischerwijs hoe getallen uit de rapportages geïnterpreteerd moeten worden. Wat iets wel of niet betekent hangt af van allerlei instellingspecifieke definities.
  • Afhankelijk van de totstandkoming van het budget zegt het totaal, dat het model oplevert, iets. Eigenlijk moet de manier waarop een instelling de budgetten berekent, dezelfde zijn als de manier waarop het model de kosten berekent. Als je de getallen zinvol wilt vergelijken. Dit is allemaal afhankelijk van je inrichting.
  • Kosten doorbelasten: Kosten van een deelnemer kunnen worden doorberekent. Dat hangt er van af of je bepaalde niet-primaire kosten wilt “verspreiden” over de teams en opleidingen. Dan moet het budget dat er tegenoverstaat hier ook weer rekening meehouden. Reken je wel door: dan zie je uiteindelijk wel wat dit alles per student kost. Een soort TCO van een student dus.

Gedurende de middag hebben we als groep een case uitgewerkt, door een lege calculator te gaan inrichten, keuzes te maken en zo het systeem te vullen. Dat ervaarde ik als erg concreet, praktisch en nuttig. Omdat het lijkt op wat we zelf gaan doen als we met teams aan de slag gaan. 

Er komt op 2 april weer een zelfde dag, voor een nieuwe groep ROC’s. Inschrijven kan hier. Voor ROC’s die er concreet mee willen werken. Orientatie verloopt op andere manieren.

Strategisch assortimentsbeleid

Ik kreeg een reactie van Tom Schelleken (IDCollege) op mijn bericht over de Long Tail in onderwijs. Hij vertelde dat ze soortgelijke cijfers van hun eigen instelling willen gaan gebruiken als input voor het bepalen van hun “strategisch assortimentsbeleid”.

Nu ben ik altijd gek op nieuwe termen of definities, dus deze stuiterde ook een beetje van links naar rechts door mijn hoofd. Ik heb er ook even over gegoogled. Als je dan je eigen tweet over deze term gelijk als tweede treffer aantreft, dan weet je dat het niet veel voorkomt, ook niet in andere branches. Terwijl het eigenlijk meer een retail term is. Toch vindt ik dat we zo’n beleid moeten hebben. Waarom?

Omdat een ‘Strategisch Assortimentsbeleid’ je laat nadenken over vragen als:

  • Wat doen we met opleidingen met relatief weinig deelnemers?
  • Bieden we een breed assortiment van opleidingen aan, of gaan we voor een paar toppers?
  • Bieden we alleen een basisassortiment aan of gaan we ook voor “impuls-aankopen”? (zijn er die en moet je die willen in onderwijs? Ook in opleidingen heb je rages…)
  • Welke rol speelt onze maatschappelijke verantwoordelijkheid?
  • In welke mate kiezen we bewust voor opleidingen die relatief veel kosten, wellicht als het rendement hiervan hoger is?
  • Hoe staat de consument centraal? Wat doe je als deelnemers opleidingen willen die buiten je basisassortiment vallen?

Daarnaast denk ik dat strategisch assortimentsbeleid als input kan dienen voor de Use Case strategische planning in onderstaande bollenplaat van TripleA:

ol

Congres Onderwijslogistiek en CGO

Dit is een beetje een late post over het congres van afgelopen donderdag. Ik merk toch dat als ik niet live-blog het er moeilijk van komt om iets te schrijven. Overigens vond ik de verzorging en organisatie, afgezien van afwezigheid wifi, prima. Tweets zijn hier te vinden. Hieronder de impressie:

Opening door Luc Verburgh

Luc onderscheid 5 dimensies die je kunt beschrijven als je over onderwijslogistiek praat: 

  • Visie en Ambitie: Deze kan variëren van 1x per jaar een diploma halen of instromen, tot en met elke dag. Vraag je af:  “Wat zijn de organiseerbare effecten van deze ambities?” Wil ik meerdere flexibiliteitsaanpakken door elkaar? En zo ja, welke dan in welke mate?
  • Processen: Breng al je processen in kaart, niet alleen het directe onderwijzen maar ook stage, BPV, examinering etc.
  • Systemen: “Grosso modo, hebben we 70% van de benodigde systemen in kaart gebracht, voor 70% daarvan hebben we robuuste systemen, maar daar weer 70% van wordt daadwerkelijk gebruikt. Waarom zijn we in staat om geweldige systemen uit te rollen die zo beperkt gebruikt worden?”
  • Mensen
  • Financiën

Nieuwe kreet: “Gepercipieerde flexibiliteit”. Oftwel: de daadwerkelijk ontvangen flexibiliteit. Deze verschilt nog al eens van de “Gecommuniceerde flexibiliteit“.

Verder pleit Luc voor “DocentInformatieSystemen” i.p.v. “ManagementInformatieSystemen”. Hier sluit ik me van harte bij aan. Het nut van dashboards, indicatoren en rapportages voor management is beperkt, intelligente systemen voor de professional op de werkvloer zouden de volgende stap kunnen zijn. Anderen noemen dit “Social Business Intelligence

Logistieke Puzzels door Erwin Abbink van NS

Erwin ziet overeenkomsten tussen de uitdagingen waar de NS voor staat en die van het onderwijs. Nu gaat elke vergelijking een keer mank, maar bij deze: leerlingen = reizigers, opleiding = reizen, lessen = treinritten, lokalen = treintoestel, leraren = machnisten, school = rails etc.

Erwin begint met een feel-good-movie over de NS. Alleen al de planningsafdeling werken 400 personen. Hun opdracht: “Hoe kunnen we veel meer reizigers vervoeren en tegelijkertijd betrouwbare service bieden?”

Wat mij opviel: 

  • Om niet alleen op het gevoel af te gaan, besteed men expliciet aandacht aan “Operations Research“. Een tak van sport dat in onderwijsland nog onderbelicht is.
  • De nadruk op wiskunde: de modellen en algoritmen zijn nogal complex. Dan ontkom je niet aan raketwetenschap.
  • De NS wil naar individueel roosteren voor personeel. Dat is iets anders als zelf-roosteren!
  •  Keuzevrijheid: Als er zoveel treinen rijden, dat je eigenlijk het gevoel hebt het spoorboekje niet nodig te hebben, dan ervaart de reiziger dit als keuzevrijheid.
  • “Je maakt een planning voor de gemiddelde machinist en die bestaat niet.” Klinkt bekend in de oren…

Daarnaast weer veel nieuwe woorden geleerd ;)  : Halteertijden, opvolgtijden, rijtijden.

Een vraag vanuit de zaal die me opviel: Wat doe je met mensen die onderweg van einddoel veranderen?

Antwoord: “De NS gaat uit van zelfredzaamheid, dus dan zoeken mensen het zelf uit…”

Functioneel Ontwerp Onderwijslogistiek door Tjeerd Oomens van Triple A

Tjeerd ligt het doel van dit werkpakket toe: het uitwerken en ontwikkelen in een functioneel ontwerp van het onderwijsprocesmodel gebaseerd op competentie gericht onderwijs. Omdat dit met subsidie tot stand komt, wordt dit ontwerp gedeeld met het hele BVE-veld. Hierbij blijft wel het uitgangspunt: het moet geschikt zijn voor alle soorten van onderwijs. In ieder geval alle soorten binnen het model van Geurts. Ik heb er al eerder over geschreven.

De te ontwikkelen applicatie moet de volgende stappen ondersteunen:

  • Het formuleren van leervraag en specificeren van leerarrangement.
  • Maken en effectueren van een rooster d.m.v. “roostermachine” rekening houdend met individuele leerarrangementen en bedrijfsoverwegingen.
  • De kwaliteit van het rooster moet beoordeeld worden.
  • Interessante tussenstap: deelnemeracceptatie en individuele roosteroplossingen. Oftwel: zit er ergens een stap tussen waarin de deelnemer zelf akkoord moet gaan met het voor hem gemaakte rooster?
  • Forward mapping: verwachtingen meenemen in het proces.
  • Optimaal inzetten van resources.

Het doel van TripleA: dit jaar alle gedeeltes van de bollenplaat uit te werken. Daarnaast komt er een prototype “rooster- engine” ter beschikking voor alle afnemers en leveranciers. Deze rooster-engine moet bovenstaande stappen kunnen ondersteunen. Men hoopt dat “de markt hiermee aan de haal gaat”.

Onderwijscatalogus door Jacob Hop en Piet de Kant

Ook hier geldt: alle smaken onderwijs zoals die in het model van Geurts naar voren komen moeten te ondersteunen zijn. Al deze vormen maken gebruik van allerlei onderwijsproducten. Onder product wordt niet alleen de hele opleiding verstaan, maar ook de onderdelen daarvan. Deze worden gemetadateert in een catalogus gestopt.

Jacob ligt vervolgens toe het verschil tussen taxonomie en de onderwijscatalogus.

  • Taxonomie: beschrijft het WAT. Wat je moet kennen en kunnen om een diploma te kunnen krijgen, te kwalificeren. De verantwoordelijkheid ligt bij de overheid. Deze volgt de volgende boomstructuur: Domein ==> Diplomagebied ==> kwalificatiedossier ==> Kerntaak ==> Werkproces
  • Onderwijscatalogus: beschrijft het HOE. Het onderwijsaanbod van een instelling. Dus hoe deelnemers worden opgeleid om te kennen, kunnen wat er in het kwalificatiedossier staat. De verantwoordelijkheid ligt bij de instelling.

Conceptueel gezien moet de catalogus lijken op die van Overtoom of IKEA. Met vooraal veel elementen die zijn samen te stellen, tot een groter geheel (Ooit wel eens een PAX kast bij IKEA besteld?). Elke element uit de catalogus wordt vervolgens gekoppeld aan één of meerdere items van de taxonomie. Alhoewel de taxonomie hiërarchisch is van aard, hoeft de catalogus niet dezelfde hiërarchie te volgen. Dit betekent dat een onderdeel, of product, voor meerdere domeinen, gebieden of dossiers bruikbaar kan zijn.

De metadat bevat ongeveer 20 velden met inhoudbeschrijving, logistiekbeschrijving, de omvang, belasting, frequentie, agenda, ruimte eisen, min/max studenten, medewerker specifieke informatie, middelen, volgorde, volgorde, paklijst (onderliggende mogelijkheden), taxonomie-aansluiting etc.

Groepsreis door het landschap

Ik was afgelopen dinsdag ingegaan op de uitnodiging van het BVE-Platform om aan te schuiven bij de EduArte Gebruikersgroep. Alhoewel mijn ROC dit ‘pakket’ niet heeft aangeschaft is zo’n dag een bron van ‘authentieke’ informatie die ons helpt bij de oriëntatie op de opvolger nOISe.

Nu zou ik een hele waslijst van functionaliteiten kunnen noemen die er onlangs bij zijn gekomen in het pakket. Maar dan zit ik op ‘knopjes’-niveau van een pakket dat nog in ontwikkeling is. Dat bespaar ik jullie. Er zijn me wel een aantal punten heel erg opgevallen.

‘Vroeger’ toen alles nog onverzichtelijk was, zat de wereld eenvoudiger in elkaar: 1 applicatie, 1 leverancier en 1 gebruikersorganisatie. De laatste is zo’n typische ITIL/BiSl term die eigenlijk staat voor een vertegenwoordiging van alle klanten of eindgebruikers. Deze groep dient als klankbord voor de leverancier en tevens kunnen klanten onderling ervaringen uitwisselen over implementatie-trajecten.

Maar nu is er sprake van een ‘applicatielandschap’ waarop verschillende leveranciers functionaliteit kunnen bieden op, gedeeltelijk, overlappende onderdelen. Voor het gemak pak ik even de bollenplaat erbij van TripleA.

bollenplaat

TripleA heeft de aanbesteding gedaan voor de Kernregistratie. De gunning is gegaan naar Educus, een samenwerking van Topicus en Stoas. Zij bouwen, respectievelijk vermarkten Eduarte. Volgt u het nog? Maar EduArte levert ook een onderdeel Participatie, Competentiemeter en Deelnemersbegeleidingssysteem, volgens deze releasekalender. 

TripleA zit ondertussen niet stil, want de rest van het applicatielandschap moet ook ingevuld worden. Dan moet je “eerst weten wat je wilt”. Die omschrijving noemen we “Functioneel Ontwerp” en zijn na enig zoekwerk hier terug te vinden. Ook deze andere onderdelen gaan aanbesteed worden. Daar kunnen ook andere ROC’s weer aan mee doen. Daar kunnen ook andere leveranciers weer op gaan reageren. 

Om tot mijn punt te komen: hoe organiseer je in de toekomst gebruikersgroepen van onderdelen van het applicatielandschap dusdanig, dat de functionaliteitsbehoefte en informatievoorziening geborgd blijft? Op elk blok van het model kunnen meerdere leveranciers zitten. Andersom: gaan ROC’s elkaar in wisselende samenstelling ontmoeten op onderdelen van dit model? Zodat de samenwerking vruchten afwerpt?

Wat ik erg positief vindt: de functionele ontwerpen zijn met subsidiegeld gemaakt en worden daarom vrij ter beschikking gesteld. Of je nu samen aanbesteed of niet. Daar maken ook wij dankbaar gebruikt van.

Daarnaast heeft TripleA het voor elkaar gekregen dat zowel de onderwijscatalogus als de kernregistratie open-source worden. Dit vind ik een grote stap, omdat het in de toekomst de mogelijkheid biedt van leverancier te wisselen zonder last te hebben van de klassieke vendor lock-in. Tevens biedt het andere leveranciers de mogelijkheid om in de SOA architectuur aan te sluiten en hun functionaliteit geïntegreerd aan te bieden.

Parell bijeenkomst

Ik ben vandaag aanwezig geweest bij een PARELL bijeenkomst en bij deze een impressie.

Er loopt een onderzoek onder bestuurders en hun contactpersonen, over de relatie tussen onderwijs, ict en bedrijfsvoering. In de vorm van interviews. Doel is te achterhalen waar ‘blinde vlekken’ zitten op dit terrein. Ook de betrokkenheid van bestuurders wordt gestimuleerd, door actief  te inventariseren welke vragen er leven op het gebied van onderwijsbedrijfsvoering en flexibilisering. 

Vervolgens vertelt Hans van Honk (Procesmanagement MBO2010) over het streefbeeld 2010 van staatsecretaris OCW:

  • Nieuwe opleidingen zijn goed vormgegeven, de kwaliteit is gewaarborgd en bedrijfsvoering moet op orde zijn.
  • Er is sprake van continue kwaliteisbewaking.
  • De examens zijn goed vormgegeven.

Het doel van procesmangement mbo2010: ROC”s ondersteunen bij modernisering via

  • Ontwikkelen modellen
  • Aansluiten bij initiatieven
  • Gebruik maken van bestaande netwerken.
  • Kern: inventariseren en ter beschikking stellen good practices.

MBO2010 houdt zich bezig met 3 thema’s:

  • Inhoud
  • Professionalisering
  • Bedrijfsvoering

Wat wordt er dan onder bedrijfsvoering verstaan? Hans hanteert de definitie:

“Afgestemd geheel van mensen, middelen, sytemen t.b.v. realisatie doelstellingen en succesvolle uitvoering van processen in onderwijs.”

Afgeleid hiervan is onderwijslogistiek:

“Afgestemd geheel van beschikbaarheid van mensen en middelen t.b.v. succesvolle uitvoering processen in het onderwijs”.

De werkwijze binnen het thema bedrijfsvoering, volgt de volgende stappen: 

Processen -> Functineel Ontwerp -> Instrumenten -> Gebruik

Het complete plaatje is hier terug te vinden en de presentatie van Hans volgt hieronder:

De onderwijscalculator

Op de Parell bijeenkomst van vandaag gaf Artefaction een demonstratie van hun onderwijscalculator. Jef heeft hier ook over geschreven. 

Achtergrond van het model op inhoud:

  • Het model probeert inzichtelijk te maken, welke kosten onderwijsactiviteiten met zich meebrengen.
  • Niet alleen brengt het de kosten van het primaire proces in beeld, maar ook van ondersteunende processen. 
  • Het model werkt op alle niveau’s: teams, scholen en instellingen.
  • Het model is slechts de helft van het verhaal: inzichten zijn leuk, maar hoe “durf” je er mee aan de slag te gaan binnen je instelling.

Vervolgens volgde een demonstratie: 

Het begint met de inrichting van het model met je eigen parameters: sectoren, personeelssoorten, activiteitssoorten, leerwegsoorten en ruimtesoorten. Elke parameter heeft attributen zoals aantallen, fte, tarieven en euri. Daarna wordt het aanbod van opleidingen van een team ingevuld en wat men er voor nodig heeft. Ook is per opleiding weer in te vullen wat voor soort onderwijsactiviteiten er zijn. Dit kan zo fijnmazig als je wilt. 

Uiteindelijk leidt dit een rapport: wat zijn de totale kosten van een opleiding, wat kost deze opleiding per student. Als vervolgens met de parameters gespeeld wordt, zie je direct het effect op benodigde personeel, ruimtes en kosten.

Vragen en opmerkingen:

  • Geeft het systeem signalen als iets “echt niet kan”? Op dit moment niet, als je over je budget heen schiet, of over je “personeelsvoorraad” dan moet je dit zelf vergelijken. 
  • Waar komt CGO in het model terug? Op zich niet direct, het zou ook gebruikt kunnen worden voor “oude” vormen van onderwijs. 
  • Zou het gekoppeld kunnen worden aan een workflow waarin teamactiviteiten-plannen, leiden tot een check bij ondersteunende diensten, goedkeuring voor budgetten etc.? 
  • Het is juist goed als de calculator “onderwijsmodel-neutraal” is. Zodat instellingen met verschillende onderwijsmodellen het toch kunnen gebruiken.
  • Is het gebruik van het model veel werk? Ervaring laat zien dat opleidingsmanagers hun opleidingen en parameters er in “drie kwartier” in hebben zitten. Veel meer tijd gaat zitten in het bedenken wat je met de uitkomsten wil. Gaan teams “spelen” om plannen te maken, of gaan besturen dit gebruiken om strategische beslissingen te nemen?
  • Is er meer bekend over de algorithmen en manieren van doorrekenen? In workshops wordt hierover meer achtergrondinformatie gegeven.
  • Ervaringen op ROC Mondriaan laten zien dat teams in staat zijn om vanuit het onderwijsconcept de stap naar bekostiging te maken èn terug. Er ontstaat zo een constructief proces waarin wat wenselijk is afgestemd wordt met wat mogelijk is.
  • Praktisch: 1 maart is de tool klaar, dan kunnen in “train-de-trainer” sessies 2 mensen per ROC geschoold worden. Het wordt gefinancieerd door MBO2010. 
  • Beheer van het systeem: de tool is van MBO2010 en stelt het beschikbaar aan de instellingen. Zoals het er nu naar uitziet, gaat hier niets voor gerekend worden.

Marketing-samenvatting Artefaction: Vorig jaar zei men “Ik heb geen instrument, had ik er maar een dan kon ik het uitrekenen”. Die tijd is voorbij.

Teachmeet NL

teachmeetnl-logovrij1

Gisteren bezocht ik de eerst TeachMeetNL, initiatief van Fons van den Berg. Als een soort backchannel hadden we ook hiervoor een TwitterFountain. Mijn steekwoorden: gaaf, intens, snel, energiek en inspirerend. Ook Sia heeft al een impressie.

De werkvorm is een zogenaamde unconference, waarin de deelnemers zelf de inhoud en organisatie bepalen. Van te voren meld iedereen zich aan via een wiki en vertelt wat hij/zij wil bijdragen. Dat heeft gisteren geleid tot een hele reeks korte, inspirerende presentaties. Ik had na 4 uur het gevoel meer indrukken verwerkt te hebben dan een hele dag “normale” conferentie. Normaal gesproken blog ik live mee. Omdat er nu micro en nanopresentaties gegeven werden, microblogde ik live mee, samen met een aantal anderen. De totale stream is hier te lezen, op de vorige pagina’s staan de tweets tijdens de bijeenkomst zelf.

Ik mocht ook zelf een presentatie geven, over een voorbeeld van onderwijslogistiek. Om de tijd te bewaken liep er een klok mee in beeld, af te tellen vanaf 7 minuten. Ik heb nog nooit zo’n “up-tempo” presentatie gegeven, alsof alles in adem verliep, adrenaline kick op de een of andere manier.

Een erg geslaagde bijeenkomst, qua werkvorm en inhoud, en ik zie uit naar de volgende Teachmeet. Iemand een idee?

Programma Congres Onderwijslogistiek en CGO

header6

Zoals ik al eerder doorpubliceerde komt er op 12 februari een congres Onderwijslogistiek en CGO.

Nu zijn ook de parallelsessies bekend:

Eerste ronde parallelle sessies (14.45)  

  1. De organisatie op zijn kop bij ID College (de ontwikkeling van de student centraal)
  2. HPBO doorbraakproject Time: onderwijslogistiek bij ROC Eindhoven
  3. Individuele leertrajecten bij ROC Westerschelde
  4. Functioneel ontwerp onderwijslogistiek Triple A
  5. De onderwijslogistiek van de major-minorcombinatie: een zoektocht naar flexibilisering van onderwijs bij ROC van Twente 

Tweede ronde parallelle sessies (15.45) 

  1. ROC Aventus: onderwijscatalogus als middel en niet als doel
  2. Workshop FlexCollege
  3. Inzet van de Onderwijscalculator bij ROC Mondriaan
  4. Vormgeving van de onderwijslogistiek binnen het ROC van Amsterdam

Voor meer details over de inhoud van de sessies, klik hier.

Wellicht ten overvloede de locatie: ROC van Amsterdam, Tempelhofstraat 80, 1043 EB Amsterdam

The Long Tail van ROC Tilburg

Naar aanleiding van mijn post gisteren, waarin ik me afvroeg of er sprake is van een Long Tail in het onderwijs, gelijk maar even de proef op de som genomen.

Eerste vraag: Wat is ons product? Eigenlijk is dat het NIA of “Nauwkeurig Inschrijf Aanbod”. Deze komen meestal in cohorten met wat smaakverschillen. Een NIA valt weer onder een CREBO, zeg maar een uniek nummer voor elke opleiding. Dus om het niet direkt te ingewikkeld te maken, zeg ik: product = CREBO.

Tweede vraag: Hoeveel wordt elk product afgezet? Dat zou het geconsumeerde aanbod moeten zijn. Oftewel: hoeveel inschrijvingen zijn er op een bepaald CREBO. Los van behalen van diploma of niet, aanwezigheid of niet.  Ook om het hier niet weer te ingewikkeld te maken, zeg ik: consumptie = deelnemer met een inschrijving.

Vervolgens heb ik een tabel samengesteld met daarin alle CREBO’s en het aantal deelnemers op 1 oktober 2008. Deze is vervolgens gesorteerd van veel naar weinig deelnemers. Onderstaande grafiek toont de “Long Tail”. (Ik heb de soorten CREBO’s weggelaten om geen info over de 1 oktober telling te geven voordat deze goed en wel in Groningen zijn ;) )

roc-tilburg-totaal

Enkele cijfers:

  • 218 CREBO’s bedienen zo’n 10.500 studenten.
  • De 25 populairste hiervan bedienen 50% van de studenten.
  • De 73 populairste hiervan bedienen 80% van de studenten.

Omdat in deze grafiek zowel oude opleidingen zitten als de nieuwe CGO opleidingen, heb ik de CGO opleidingen (CREBO 9xxxx) er uit gefilterd. Dan wordt het beeld toch wel anders!

roc-tilburg-exp

Enkele cijfers:

  • 128 CREBO’s bedienen zo’n 7.100 studenten.
  • De 20 populairste hiervan bedienen 50% van de studenten.
  • De 51 populairste hiervan bedienen 80% van de studenten.

Dan zou er eigenlijk geen sprake zijn van een echte “Long Tail”! Je ziet dat ook aan de “rugvorm” voor de staart van de grafiek.

Een andere weergave van dezelfde gegevens laat zien welk percentage CREBO’s je nodig hebt om welk percentage deelnemers te bedienen. Waarbij de populairste opleiding voorop staat.

roc-tilburg-relatief

Hieruit is te concluderen dat 50% van de deelnemers bedient worden door 16% van onze opleidingen. 80% van de deelnemers wordt bedient door 40% van onze opleidingen.

Vragen ter onderzoek die het bij me oproept:

  • Is mijn conclusie juist dat er geen sprake is van een Long Tail?
  • Als deze er al was, is deze dan juist minder geworden na invoering van CGO?
  • Is er dan minder maatwerk?
  • Hoe zou dit werken als een student inschrijft op een domein i.p.v. een opleiding?
  • Zouden rendementen van niche-opleiding consequent hoger of juist lager zijn?
  • Is er een andere definitie van “product” te verzinnen? CREBO is toevallig eenvoudig meetbaar.

Is er iemand anders die dit soort cijfers heeft van zijn ROC?

Resultaten verkenningsfase “Excellent Leren”

Vier ROC’s zijn een gemeenschappelijk project begonnen met de titel “Excellent leren, excellent organiseren”. Uit de verkenningsfase is een notitie voortgekomen. Alhoewel mijn ROC niet aan dit project meedoet wilde ik toch enkele puntjes delen, vooral omdat ik de conceptuele vergelijkingen met andere grote instellingen (UWV en Beatrix Ziekenhuis Gorinchem) handig vond.

In deze fase is verkend welke doelstellingen deze onderwijsinstellingen hebben en hoe differentiatie bijdraagt aan deze doelstellingen. Van hieruit vertrekkend is gekeken naar 4 thema’s: Expertsysteem, (Permanente) Intake en toewijzing, organisatie van de uitvoering en integrale implementatie.

  1. Expertsysteem: Gesteld wordt dat logistiek gaat over voorspellen. Zowel UWV als het ziekenhuis steken veel energie in de ontwikkeling van klantprofielen of typologieën, om klanten snel in het juiste behandelingstraject te kunnen plaatsen. Door dit systeem continu te vullen ontstaat een “expertsysteem” dat gebruikt kan worden voor het doen van voorspellingen en risicoanalyses.
    Zelf heb ik “wel eens” gehoord van leerprofielen, maar een compleet deelnemerprofiel zou inderdaad handig zijn. Waarbij leerstijlen een onderdeel is van het complete deelnemerprofiel. Andere kenmerken zouden kunnen komen uit de inhoud van het ELD. Dan veronderstel ik wel dat als je maar genoeg profielen verzamelt, je er statisch iets mee kunt. Overigens zou de optelsom van deze profielen, geaggregeerd en geanonimiseerd, veel regio informatie kunnen opleveren. Onderzoekje waard: zou je het ELD kunnen gebruiken als deelnemerprofiel om er vervolgens je expertsysteem mee te vullen èn dat vervolgens kunnen gebruiken als hulpmiddel bij sturing?
    Overigens hebben onderwijsinstellingen al moeite genoeg om zaken te plannen waar ze opzich zeker van zijn. Voorspellen zit hier nog een eindje voor. Dat zou meer tijd geven om planmatiger te werken.
  2. Permanente Intake: Gepleit wordt voor een intake als onderdeel van het hele ketenproces en niet een opzichzelf staand moment van diagnose. Het lijkt me dat als een deelnemer een voortdurend veranderende vraag heeft dat dan de afstemming een voortdurend veranderend aanbod moet opleveren. Dan kom je er inderdaad niet met alleen een eerste intake. Tijdens loopbaanbegeleiding en coaching zouden veel intake “elementen” terug kunnen komen.
    Triage: Is eigenlijk een soort sorteren van slachtoffers tijdens rampen en op eerste hulp afdelingen. Klinkt wat dramatisch, maar het is te vergelijken met het toewijzen naar een traject, als de diagnose gesteld is. Opvallend:
    In een ziekenhuis moet men in theorie 30.000 DBC’s (diagnose-behandelcombinaties) kunnen hanteren. Echter 80% van de omzet wordt gerealiseerd met 26 DBC’s! Er is dus veel voorspelbaar: de veronderstelling is dat 80% van de leerloopbanen voorspelbaar en planbaar is.
    Nu ben ik toch bang dat in het onderwijs we meer “Intake-Leertrajectcombinaties” hebben, zeker om 80% te bereiken! Dan zou er in het onderwijs sprake zijn van een soort Long-Tail. In tegenstelling tot de zorgsector.
    Onderzoekje waard: Weet iemand meer van de Long Tail in het onderwijs? Dan zou er sprake zijn van een groot aanbod van opleidingen dat slechts een klein publiek of een niche dient, maar gezamenlijk hebben deze een groter marktpotentieel dan de “populaire” opleidingen.
  3. Organisatie: Hier komen een hele rits onderwerpen voorbij:
    Netwerken en co-makership Om efficiënt om te gaan met middelen is er samenwerking met ketenpartners nodig. In het onderwijs gebeurt dat al mondjesmaat door samen te werken met instellingen voor werkgelegenheid en zorg etc. Echter: wie is er probleemeigenaar in netwerk organisaties? Bij de UWV is dat de re-integratiecoach. Wie is dat in het onderwijs?
    Ontkoppelpunt Waar leg je de knip tussen standaard en maatwerk. Er is nooit één soort van maatwerk. Maatwerkprofielen zouden dan weer te koppelen zijn aan klantprofielen…
  4. Integrale Implementatie: Er wordt een gelijkoplopende ontwikkeling aanbevolen. Een eenzijdige inzet op één organisatie-element is niet efffectief. Dus als onderwijs, organisatie, planning en systemen een verschillende mate van flexibilisering ondersteunen wordt je doel niet bereikt.

Kortom: leerzame verkenning. De volledige notitie is hier te vinden (met toestemming IVA, waarvoor dank).

Parell bijeenkomst

Ik was gisteren weer aanwezig bij een PARELL bijeenkomst. Ondertussen is bekend geworden wie programmamanager wordt: Gisela Lindner. Veel succes als “kartrekker”!

Omdat het overleg gedeeltelijk mededelend en uitwisselend van aard was, komt er in dit blogje van alles voorbij, maar ik wilde het toch delen.

Er bleek een uitgebreid artikel over Parell verschenen te zijn in de MBO Krant. Voor wie iets meer wilt weten over de doelstellingen een aanrader, op bladzijde 4 en 11. Overigens kende ik het initiatief tot deze krant niet, maar ik kom er achter dat alle publicaties van MBO2010 via deze feed te volgen zijn. De aandachtsgebieden op het gebied van onderwijsbedrijfsvoering en de link met PARELL is uitgewerkt in bijgaand model.

mbo2010bedrijfsvoering

Verder deed Frida Hengeveld een oproep aan alle contactpersonen om binnen hun organsiatie ook na te gaan wat de behoefte is bij bestuurders van ROC’s. Welke vragen leven er op het gebied van onderwijsbedrijfsvoering en hoe geven we participatie en uitwisseling vorm? De betrokkenheid op dit niveau is onontbeerlijk maar blijft een uitdaging. Ook gisteren was de opkomst van contactpersonen beperkt. Overigens heeft elk startend netwerk of community in het begin nog niet genoeg “tractie” om op impuls door te drijven. Dat kost altijd tijd en een “kartrekker” ;) .

Ondertussen gaat er een tweede tranche met geld naar TripleA voor o.a. de uitwerking van de overige onderdelen. De producten die dit oplevert zijn niet alleen beschikbaar voor de instellingen die meededen aan de aanbesteding van Kernregistratie Deelnemers, maar voor alle instellingen.

Vervolgens gaven 3 ROC’s een presentatie van hun ervaringen, tot nu toe, met de doorbraak-projecten-HPBO: Excellent Leren, Excellent Organiseren.

  • Piet de Kant van ROC Aventus bracht het als volgt onder woorden: “Wij roepen wel dat we de student centraal zetten, maar doen we dat werkelijk?… We roepen wel dat we willen flexibiliseren, maar in welke mate dan?… We roepen wel dat er maatwerk willen, maar wat is dat dan?…” Hij hoopt daar tijdens het project duidelijkheid over te kunnen krijgen. Het doel is uiteindelijk te komen tot individuele leerroutes. Tijdens de presentatie kwam naar voren dat “stelselcondities” één van de thema’s gaat worden, tijdens de verkenningsfase.
    Dat wekt bij mij nieuwsgierigheid op omdat ik soms “het gevoel” heb dat bekostigingsstructuren, CAO’s en verantwoordingseisen (compliancy is geloof ik het engelse woord ;) ) flexibilisering in de weg staan.
  • ROC eindhoven presenteerde hun TIME methodiek en die vindt ik zo praktisch dat ik er een apart blogpostje aan ga wijden. Het staat voor Toegepast Integraal Model Eindhoven. (Ik ga toch een keer in een verloren uurtje afkortingen verzinnen denk ik ;) Neem een pakkende engelse term, wat mindmappen en we kunnen weer vooruit :) ) Wat deze methodiek organiseert is dat er 4 niveau’s van flexibilisering gescand worden op 4 pijlers. Waarbij het dus zaak is, als je een bepaald niveau wilt bereiken, je in àlle pijlers even ver bent. De scan brengt dat in kaart en levert dus aandachtsgebieden op om op te sturen.
  • Jan Hammink van ROC Twente vertelde over de onderwijslogistieke obstakels van hun major/minor model. Dit heeft hen er toe gebracht het aantal aangeboden minors terug te brengen. De verdiepende minors zijn dan nog het makkelijkst aan te bieden. De verbredende minors die opleidingen of sectoren overschrijden (Kan ik iets met medische ICT leren? Kan ik administratie doen in het Duits, we wonen vlak bij de grens? etc) zijn moeilijker aan te bieden. De behoefte aan “cross-over” opleidingen wordt overigens wel getoetst door te kijken naar de arbeidsmarkt etc. voordat het daadwerkelijk wordt aangeboden.
    Een pluspunt: “Nu we met 8000 studenten op één locatie zitten hoef je voor sommige minors alleen maar over te steken”. Wat maar eens benadrukt hoe gebouwlijke inrichting iets (on)mogelijk maakt.
    Opmerking van de inspectie: pas op dat maatwerk met veel digitale content (lees: verticale boeken zonder interactie in een ELO) niet leidt tot “eenzaam leren”…

Zijdelings kwam nog even ter sprake dat het Expertise Centrum Beroepsonderwijs een soort R&D functie binnen de BVE sector moet krijgen. Met als doel:

Het ECBO zal wetenschappelijke en praktijkgerichte kennis ontwikkelen, verzamelen en verspreiden die voor het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie relevant zijn. Het expertisecentrum zal zich de komende jaren ontwikkelen tot hèt informatiepunt voor de sector.

Als dit bijdraagt aan meer “Evidence Based Onderwijs” dan juich ik dit natuurlijk toe. Als er iemand is die een beetje overzicht houdt over alle expertisecentra, dan houd ik mij aanbevolen ;) .

Al met al een nuttige bijeenkomst!

Congres Onderwijslogistiek en CGO

Ik kreeg vandaag de vooraankondiging binnen van het “Congres Onderwijslogistiek en CGO” en ik herhaal hieronder slechts de inhoud van de mail. Omdat onderwijslogistiek, flexibilisering en onderwijsbedrijfsvoering bij steeds meer mensen focus krijgt, leek het me handig om het ook hier aan te kondigen.`

Header
Geachte mevrouw, heer,Zoals u wellicht weet hebben de belangenverenigingen in het MBO de handen ineen geslagen op het gebied van ICT. De samenwerking tussen ROC-i-partners, BVE-Platform en DEUG wordt geïntensiveerd en de eerste activiteit die daadwerkelijk samen wordt opgepakt is het Congres Onderwijslogistiek en CGO, op 12 februari aanstaande.Op deze bijeenkomst komen samenwerkingsprojecten en ook onderwijsinstellingen zelf aan het woord om de ervaringen die men opdoet met de implementatie van CGO te delen. De uitdaging voor wat betreft logistiek en planning in het vernieuwde onderwijs wordt in een breder kader geplaatst door een spreker van de Nederlandse Spoorwegen.Bij deze vragen wij u om deze datum in uw agenda te reserveren. Wilt u vast aanmelden? Dan kan dat via ons aanmeldformulier. Nadere informatie ontvangt u in januari.

Programma

  Lunch
13.00 1. Opening door de heer Luc Verburgh, loods MBO2010
  2. Keynote door de heer Abbink van de Nederlandse Spoorwegen
  Pauze
  3. Eerste ronde parallelle sessies ‘ervaringen met onderwijslogistiek en CGO’
  4. Tweede ronde parallelle sessies ‘ervaringen met onderwijslogistiek en CGO’
  5. Afsluiting door mevrouw Frida Hengeveld, voorzitter Parell
17.30 Borrel

Locatie

ROC van Amsterdam, Tempelhofstraat 80, 1043 EB Amsterdam


Met dit programma bieden we u een leerzame middag, waarop kennisdeling en samenwerking centraal staan.
Het is immers niet nodig om op verschillende plaatsen het wiel opnieuw uit te vinden! Grote kans dat het ook een stimulans is voor verdere samenwerking en kennisdeling na afloop van de bijeenkomst.

We zien er naar uit u te mogen ontmoeten op dit congres.

Met vriendelijke groet,

Jim Bijlstra, voorzitter BVE-Platform

Ben Geerdink, voorzitter ROC-i-partners

Olaf van Nugteren, voorzitter DEUG

PARELL bijeenkomst

Ik was vandaag bij een PARELL bijeenkomst en er stonden 2 zaken op de agenda: de ervaringen uit de workshops “Flexcollege” die kennisnet heeft gegeven op o.a. ROC Eindhoven en ROC Nijmegen en de stand van zaken binnen TripleA op het gebied van het onderwijslogistieke deel van de bollenplaat.

In de workshops “Flexcollege” wordt een simulatie uitgevoerd. Van te voren wordt in een intake bepaald welke leervragen een CVB heeft. Deze leiden tot onderzoeksvragen die de workshop inhoud geven. Uit de eerste bijeenkomst komen dan voorlopige conclusies die weer als input dienen voor een tweede deel (waarin gekeken wordt naar oplossingsrichtingen). Door je aanbod, personeel etc. vast te leggen in een onderwijsmodel kunnen er bepaalde keuzes ingevoerd worden. De simulatie gaat deze keuzes vervolgens doorrekenen. Een paar opmerkingen:

  • De initiele dataset op het gebied van resources is o.a. afkomstig van ROC Eindhoven. Het blijkt in de praktijk niet storend te zijn om te werken met “andermans cijfers”. Omdat inzicht in de consequenties van bepaalde keuzes voldoende aangrijpingspunten bieden voor beslissingstrajecten.
  • De uitkomst van de simulatie kan een onbetaalbare zijn. Binnen één workshop kun je deze exercitie echter maar 1 keer doorlopen.
  • Kennisnet anonimiseert de leervragen en ervaringen. Vervolgens worden deze gedeeld op MarktplaatsMBO.
  • De workshops kunnen besteld worden. Ze kosten 10 kiloeuro waarvan de helft vergoed wordt uit het MBO2010 programma.

Jeroen Winkelhorst van ROC Nijmegen presenteerde daarna hun specifieke leerpunten:

Praktisch: Het is goed om bij deze workshop mensen te betrekken uit alle lagen en delen van je instelling.

Inhoudelijk voor wat betreft flexibilisering:

  • Het goed regelen van EVC heeft een enorme impact op rendementen en diploma’s. Het veronderstelt wel een organisatie die na het vaststellen van EVC’s er mee om weet te gaan.
  • Meerdere instroommomenten inbouwen heeft een relatief kleine impact op rendement of uitval.
  • Ruimere openstelling van gebouwen in weken door het jaar, heeft slechts een gering effect.
  • Cruciaal is een goed gevulde onderwijscatalogus en daar te zoeken naar standaarden.
  • Sommige flexibiliseringmaatregelen leiden niet tot hogere rendementen, maar zijn misschien wel wenselijk voor de klanttevredenheid.
  • Op niveau 3, 4 is meer behoefte aan flexibilisering in zijn algemeenheid dan op niveau 1, 2.
  • Er bestaat de valkuil om teveel te denken vanuit de huidige situatie en dan proberen te flexibiliseren, ipv echts iets nieuws te verzinnen.

Eigen indruk: ik verwacht dat de workshops zeker bijdragen aan het spelen en stoeien met flexibilisering en mogelijke keuzes. Daarnaast hoop ik dat de vorming van domeinen binnen de MBO sector ook structureel meer ruimte biedt aan flexibilisering. Mijn vraag of domeinvorming van invloed is op de algoritmen in de simulatie zou worden meegenomen.