Archive for the ‘Uncategorized’ Category.

Zoek de koning

Content-is-king wordt er vaak geroepen om te benadrukken dat (digitaal) materiaal een grote rol speelt. Dat geldt voor onderwijs ook. Het concrete lesmateriaal, de opdracht, de uitleg, de methode, het boek, de oefening, al dan niet digitaal, is toch een ruggengraat voor veel docenten.

Mijn vraag is nu: waar is dit terug te vinden in de encyclopedie van TripleA? Ik val vaak terug op de encyclopedie om iets te duiden of overzichtelijker te maken. Super handig hulpmiddel. Maar bij de ontsluiting van digitaal lesmateriaal lukt me dat even niet. Ik heb niet elke letter gespeld van alle 11 delen. Maar ik ken het toch redelijk goed, vind ik zelf.

Het hoort NIET thuis in de onderwijscatalogus (blz. 6):
Om op basis van een individuele leervraag een goed onderwijsaanbod te kunnen samenstellen en te realiseren zijn de volgende 4 componenten van belang:

  1. Identifcatie van alle beschikbare onderwijsproducten (in en via de onderwijsinstelling)
  2. De beschikbaarheid van alle relevante taxonomieën (kwalifcatiestructuren)
  3. De daadwerkelijke onderwijsinhoud (de content van een les, een periode, een project etc.)
  4. De beschikbaarheid van referentiearrangementen die als voorbeeld dienen voor de totstandkoming van het aanbod (arrangement) van de instelling aan de individuele deelnemer.

De componenten 1 en 2 vormen de onderwijscatalogus.
Gaat de catalogus dus over de inhoud? Ja, OVER de inhoud, het bevat niet DE inhoud.

Het zit NIET in deel 9 “Primair Proces Ondersteuning“: Dat gaat vooral over de ONDERSTEUNING van het primaire proces. Met onderwerpen als leertrajectbegeleiding, opleiden en vormen en examineren.

Het zit NIET in deel 8 en dan het gedeelte “Beheren middelen“. Het zou daar mijns inziens wel in kunnen thuishoren. Als content een middel is, dat je net zo behandelt en beheert als de meer ‘facilitaire’ dingen zoals ruimtes, materiaal en personeel. Zou het daar niet in zitten omdat het moeilijk te beheren valt? De beheersmatige zaken die er nu onder vallen, kun je als instelling zelf regelen. Met lesmateriaal is dat anders: je bent afhankelijk van uitgeverijen, brancheorganisaties en docenten die zelf materiaal ontwikkelen. Ik weet echter niet of dit een rol heeft gespeeld bij de keus om het helemaal niet op te nemen.

Echter, als TripleA een compleet applicatielandschap onder architectuur aanbiedt, dan zou digitaal lesmateriaal ergens toch een plek moeten krijgen? Waar denk ik aan:

  • De repository zelf, als in de betekenis van een grote bak met vindbaar lesmateriaal. De metadata is al ontworpen middels de catalogus. Waar een repository aan kan voldoen is ook al bekend.
  • De ontsluiting van de repository: Er zou tegen verschillende repositories “aangepraat” moeten kunnen worden. Contentsystemen van uitgeverijen zoals die via EduRoute/EduPoort, van Dijk’s educatie, maar ook die van WikiWijs. Is er tussenhaakjes al een API die een ELO tegen WikiWijs laat praten? Zodat een student niet naar een andere portal moet?
  • Kan de ‘overige’ kernfunctionaliteit van een ELO ook niet onder de TripleA architectuur verder ontwikkelt worden? Opdrachten uitzetten, inleveren, beoordelen etc. Ik noem express KERNfunctionaliteit. Veel toepassingen binnen een ELO zijn portalachtig en gericht op communicatie of logistiek. Deze vinden binnen TripleA al elders plaats.

Demented Reality

Locatiebewuste apparaten gaan het helemaal worden, in combinatie met informatie die over onze eigen visuele waarnemingen heen gelegd wordt. Maar, of we er allemaal intelligenter van gaan worden? En of de werkelijkheid er van verbetert? Eén mogelijk scenario in het filmpje hieronder:

Augmented (hyper)Reality: Domestic Robocop from Keiichi Matsuda on Vimeo.

Toch nauwelijks AUGmented te noemen, eerder DEmented, vooral naar het einde toe…

Overigens schijnt er al snel iets aan te komen wat er op gaat lijken. Google Streetview die advertenties uit het straatbeeld vervangt door eigen advertenties. Overigens: wat zijn die filmpjes op Vimeo toch mooi! Een beetje zoals TED zich verhoudt tot Slideshare, zou verhoudt Vimeo zich tot Youtube, althans mijn mening.

Is er overigens Augmented Reality die informatie legt over je andere zintuigen dan visuele?

Voor elke docent een tabletje

In het verleden heb ik wel eens geschreven over het motto “breng de applicatie naar de werkplek”, dit omdat het anders de registratie-handeling zelf tot hogere administratieve lasten leidt en tot “2de-hands informatie”. Deze registratie-handelingen dienen bij voorkeur niet te bestaan uit overtypen, maar uit enkele kliks of toetsaanslagen of nog beter: schermaanrakingen. We blijven toch tactiele wezens. Zodat de informatie kan worden vastgelegd op de plaats waar deze ontstaat.

Nu is de echte werkplek van een docent niet een gemeenschappelijke docentenwerkruimte die er kantoorlijk uitziet. Behalve het klaslokaal, waar nog wel een PC neergezet kan worden, is de werkplek van een docent steeds meer mobiel. Coaching, begeleiding en lesgeven vindt steeds meer plaats op flexibele plekken, in en buiten het schoolgebouw.

Vanochtend las ik een bericht over de toepassing van tablet-pc’s in de zorg. Waarop ik bedacht dat de werkplek van mensen uit de zorg overeenkomsten vertoond met die van onderwijs. “Lokalen” met meerdere patiënten, momenten met individuen, veel wisselingen, veel logistieke uitdagingen. De voordelen die daar gelden, gelden ook in het onderwijs, lijkt me.

Overigens registreren we niet om de registratie opzich, maar de sturingsinformatie die dit alles oplevert is waardevol en daarnaast helpt het op operationeel niveau om processen soepeler te laten verlopen.

Zou het onderwijs er niet veel ‘cooler’ uitzien als elke docent met zo’n tablet zou rondlopen? Niet dat ik alleen de wow-factor wil verhogen… Verder is deze post niet bedoelt om allerlei reacties op te roepen over Windows versus Apple ofzo, ik zag alleen een aanleiding in de huidige media. Verdere hype en anti-hype mag elders ;)

Wordpress voor Blackberry

Dit bericht schrijf ik met de net uitgekomen applicatie: Wordpress voor Blackberry. (Nog in beta)
Het is te installeren door op je BlackBerry naar http://blackberry.wordpress.org/install te gaan. Na installatie, moet je het adres, gebruikersnaam en wachtwoord invoeren. Vervolgens wordt eerst van alles opgehaald: posts, categorien en commentaren. Daarna kun je posten!
Tot nu toe geen bugs… Voor mij precies op tijd voor vakantie, kan ik reisverslagen doorbloggen op mijn andere blogs.

Begeleidingsstructuur

De derde workshop van vandaag ging over de begeleidingsstructuur van onze instelling. Het onderwerp is “hot” gezien het VSV-convenant dat we hebben ondertekend. Voor het voorkomen van VSV gebruiken we het moto de “Aanval op de Uitval”.

De uitgangspunten voor de begeleidings-structuur waren: Veranderende samenleving, student en opleiding. Soms raken studenten daarin het zicht op de schoolloopbaan kwijt.

Het eerste in de structuur, naast de student zelf, staat zijn coach. Daaromheen hangen dan weer coördinatoren begeleiding, zorgteams en trajectbegeleiders.  (zie dia 4 van onderstaande slides) Kortom: uit de structuur en werking ervan wordt komt veel zorg tot uiting. Als organisatie zoeken we wel naar balans: “een onderwijsinstelling is geen zorginstelling”. De vragen van studenten en bijbehorende “rugzakken”, worden wel complexer.

Wat doen de studentenzorgteams?

  • Individuele gesprekken
  • Trainingen: Assertiviteit, communiceren en faalangst.
  • Verwijzingen naar schoolmaatschappelijk werk en schoolpsycholoog.
  • Begeleiden bij calamiteiten (aan de hand van protocollen).

De grootste problemen die belemmerend werken voor iemands studie zijn problemen thuis of in de BPV. Plaatsen waar extra blijkt dat ze verantwoording moeten nemen voor eigen gedrag. Ook worden er steeds meer studenten gesignaleerd met extreme problemen uit het verleden. Iets kunnen betekenen voor zo’n student is wel heel voldoening gevend. Soms komen studenten ook uit zichzelf, omdat ze merken dat ze hun problemen daarna met groter vertrouwen te lijf gaan. 

In de structuur geeft het zogenaamde “PlusPunt” ondersteuning bij Nederlands, bij studievaardigheden (vooral patronen in houding), rekenvaardigheden en dyslexie. Trend: sinds CGO komen studenten daar eerder. Waar het pluspunt vroeger nog wel eens ruimte had in het begin van het jaar, zit het nu als snel vol. Een andere manier om de balans hier in de gaten te houden: “Als er structureel iets aan de hand is, dan mist het team iets in het reguliere aanbod”.

Hieronder de presentatie:

Parade

De parade is een 2-jaarlijkse dag voor medewerkers van de Onderwijsgroeptilburg. Deze voert 3 merken: ROCTilburg, MBCTilburg en de Bedrijfsgroepen. De bedoeling is elkaar te inspireren en ervaringen uit te wisselen. Het thema is “Trots”. We zijn zo te zien met 2 twitteraars, die #parade09 gebruiken als tag, wordt dus wel een beetje een incrowd feestje op twitter.

De voorzitter van CVB, Vincent Braam opent met dingen waar je trots mee associeert.

Trots op:

  • op de rol die we hebben bij het opleiden tot burgers.
  • het betekent excellent zijn en streven excellentie.
  • het betekent niet arrogantie, niet blind zijn voor de werkelijkheid.
  • de andere kant van trots is schaamte en soms hebben we dat allemaal wel als we moeilijkheden waarnemen in het onderwijs van vandaag. ook daar kun je eerlijk over zijn.

Deze parade vindt plaats tijdens een stevige storm: niet alleen omdat onderwijs onderhevig is aan krtiek, maar vooral economisch. Een storm die alle kanten van de maatschappij raakt. Een storm waarin we ons op ambities moeten bezinnen. Toch deze dag om trots te zijn, juist nu. – Vincent Braam

 Ruud Vreeman, burgemeester van Tilburg vervolgt de plenaire sessie:

De stad Tilburg komt op allerlei lijstjes steeds meer voor  als “gemiddelde stad”. Toch vermeld hij als uitschieters:

  • Samenwerking
  • Chauvinisme
  • Ondernemerschap
  • Cultureel aanbod

Thema’s die hier spelen in de regio:

  • Hoe ontwikkel je talent en hoe behoud je die? Voor het sociale karakter van de stad is dit cruciaal. Steden concurerren namelijk om talent. 
  • Innovatie
  • Verbinding: tussen de buurten en sociale groepen. Vraag daarbij: Hoe bevorder je cohesie? Hierbij kan onderwijs een rol spelen.
  • Onderscheidend zijn.

De rest van het programma bestaat uit workshops waar ik los verslag van doe.

Tjilp-fonteinen

Ik kon het niet laten en ben een avondje knutselen verder: ik wilde graag een pagina, met daarin de verschillende TwitterFountains op een rij. Zodat ik ze makkelijk bij elkaar heb staan. Het overzicht is hier te vinden. Als je zelf de code wilt om te ‘embedden’ kijk dan even hier bij TrendMatcher (TM).

De laatste twee zijn:

Nederlandse Onderwijs Tentoonstelling

Teachmeet NL

GTD Desktop Wallpaper

gtd-desktop-wallpaper-wxga-klein

Ik ben al een tijdje GTD fan, alhoewel elk systeem staat of valt met het gedrag van de gebruiker, in mijn geval de mijne dus ;) . Omdat ik op mijn desktop vrijwel nooit verander van achtergrond èn ik de GTD-workflow wat meer voor ogen wil hebben, dacht ik: Zou er ook een GTD Wallpaper zijn? Blijkt natuurlijk al lang door anderen gemaakt te zijn. Toch wilde ik er zelf ook een maken.

Eerst onderzocht welke schermresoluties ik heb en er veel gebruikt worden. En vervolgens de bovenste drie gemaakt. Omdat ik geen zin had in iets uitgebreids als photoshop of zo, wilde ik Powerpoint gebruiken waarmee ik een dia opsla als jpg. Om dan precies op de schermresoluties uit te mikken, kwam ik achter de verhouding waarin powerpoint jpg’s produceert: Voor elke centimeter van de dia, worden er 37,8 dots gemaakt. Als je de maten in onderstaande bestanden bekijkt, zul je ze omgerekend zien. O ja, PPTX, sorry…

Verwacht niet teveel qua stijl: gewoon een blauw gradient met pijlen en boxen. Expres gedaan, omdat productiviteit van mij een beetje “clean” mag zijn.

XVGA: 1024×768 PPT en JPG

WXGA: 1280×800 PPT en JPG

SXGA: 1280×1024 PPT en JPG

En alles natuurlijk onder de “Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Gelijk delen 3.0″ licentie. Mag ik doen, want niet in de baas zijn tijd;)
Creative Commons License
GTD Desktop Wallpaper van Joel de Bruijn is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Gelijk delen 3.0 Unported licentie.
Gebaseerd op een werk op www.blogisch.nl .

Elektronisch LeerDossier

Ik ben vandaag bij de MBO Raad in de Bilt voor een bijeenkomst “Elektronisch LeerDossier”. Helaas miste ik de opening en schoof direct aan bij een werkgroep die vragen formuleerden over de besturing van ELD.

De vragen en risico’s t.a.v. ELD, die uit de werkgroepen kwamen:

  • Wat kun je er mee? Wat is de waarde van informatie? Zijn het vooral de harde gegevens? Die bij een warme overdracht minder belangrijk zijn? Stimuleert ELD een koude overdracht?
  • Is de privacy goed geregeld? Wie is eigenaar van de gegevens, student of instelling? Hoe lang blijft het dossier in het schakelpunt? Kan de informatie gebruikt worden voor andere doeleinden dan bedoelt?
  • Biedt ELD alleen overdrachtsdossiers of ook tussentijdse leerdossiers?
  • Veel begeleidingsinformatie is niet digitaal.
  • Hoe luidt de business-case voor het MBO? Oftwel: levert het geld op of administratieve lastenverlichting? Waarom zouden we dit doen? Leidt het niet tot dubbele registratie van gegevens?

ELD gaf hier een reactie op:

Administratieve lastenverlichting was niet de motivatie voor het formuleren van het ELD, maar is wel een bijkomstigheid. Vervolgens wordt het verschil tussen Bron, e-portfolio en ELD geschetst:

  • Bron: Voorziet primair in de informatiebehoefte van de overheid. Beleid van de overheid is gericht op gescheiden infrastructuren (voor zichzelf en die van de sectoren).  Bron hanteert een eigen semantiek. Als instellingen onderling informatie moeten uitwisselen, dan heeft de onderwijs-sector een eigen infrastructuur nodig. De overheid gaat die niet leveren. Oftwel: BRON kan niet gebruikt worden voor ELD.
  • E-Portfolio:  de leerling is eigenaar, soms gebruikt een school  het als informatiesysteem, de semantiek is IMS gebaseerd.
  • ELD: ondersteunt de overdracht, is beschikbaar voor instellingen het gehele jaar door, semantiek is ook IMS gebaseerd.

Technisch: De zendende school stuurt het dossier op naar het ‘postkantoor’, deze bewaart het tijdelijk. De ontvangende school kan het dossier ophalen. In de tussentijd kan een ouder/verzorger bezwaar maken tegen levering. Vanuit de zaal kwamen hierop wel reacties op het gebied van privacy/eigenaarschap. Nu wordt er uitgegaan van een periode van enkele weken, waarin bezwaar gemaakt kan worden, zodat het dossier niet vrijgegeven wordt.

Benadrukt wordt dat er geen ‘database’ wordt opgebouwd van dossiers. Het postkantoor wisselt uit, houdt wel logboeken bij, maar de inhoud verdwijnt na verloop van tijd (18 maanden…). 

Van iemand die zich op meerdere opleidingen aanmeld, kan door meerdere scholen het dossier ingekeken worden.

Omdat enkele instellingen de behoefte hadden aan het meesturen van allerlei verklaringen als bijlagen, wordt hier in de toekomstige architectuur rekening meegehouden. Ook vermeld wordt de NORA architectuur zoals de overheid die hanteert. 

Bij mijzelf drong zich de overeenkomst op met bijvoorbeeld het Elektronisch KindDossier. Het blijkt dat de zorgsector inderdaad ook een schakelpunt heeft en vergelijkbare architectuur ontworpen heeft. Op mijn vraag of er niet gebruik gemaakt kan worden van de ervaringen daar, wordt dit bevestigd. De zorg schijn veel verder te zijn in de acceptatie van dossieroverdracht.

Eindconclusie en indruk: ELD gaat er links/rechtsom komen, wat de inhoud en werkwijze is blijft nog gedeeltelijk open… ELD en roc-i-partners nemen initiatief tot een vervolgsessie. Ik ben voor het eerst aangeschoven bij dit onderwerp, maar als ik goed ingelezen ben loopt ELD al jaren. Het verbaasde me daarom dat er vragen werden gesteld die eigenlijk het hele onderwerp en nut van ELD opnieuw ter tafel brachten. “Wat is de toegevoegde waarde? Wat heb ik er als organisatie aan? Wie is eigenlijk de eigenaar van de informatie?” En je kon er op wachten: ook privacy wordt weer van stal gehaald als beer op de weg. Wellicht denk ik er te makkelijk over, maar als een legertje juristen er naar gekeken heeft, wie ben ik dan om er nog aan te twijfelen? Ik kan me niet voorstellen dat deze vragen afgelopen 4 jaar al niet gesteld zijn. Op deze manier verloopt dit als een typische discussie waar we in het onderwijs het beste in zijn: eerder gevonden oplossingen vrolijk weer opnieuw ter discussie stellen. Het ligt misschien ook aan de gekozen werkvorm waarin gevraagd werd om vragen, risico’s en aandachtspunten te formuleren. Dan krijg je die ook.
De vragen over “koude” versus “warme” overdracht vond ik zelf belangrijker. Digitale dossiers die nà een warme overdracht komen, kunnen moeilijk deze warme overdracht ondersteunen.

Warme student overdracht

Op allerlei scharnierpunten in het onderwijs raken we leerlingen en studenten kwijt. Dat leidt weer tot uitval en verminderde doorstroom. Vanuit gemeentes wordt er ondertussen flink aan getrokken om dit tegen te gaan, dus ook in “onze” regio Midden Brabant en o.a. voor het scharnierpunt po-vo en vo-vo.

Gevraagd wordt of de scholen/stichtingen willen deelnemen aan een werkwijze die leidt tot de zogenaamde “warme overdracht” van leerlingen en hun informatie. Alle basisscholen en vo scholen uit de regio wil men hierbij betrekken. Daarnaast nemen allerlei andere stichtingen en de gemeente deel. Alhoewel de methodiek veel overeenkomst vertoont met de werkwijze omtrent VSV richt het zich dus vooral op primair onderwijs en voortgezet onderwijs.

Achtergrond

WSNS in de regio Eindhoven is hier al mee gestart en had de volgende doelstellingen:
- Tijdig zorgleerlingen in beeld krijgen
- Alle leerlingen tijdig voor de zomervakantie plaatsen
- Dubbeltoetsen voorkomen
- Warmere overdracht
- Betere communicatie po-vo
- Gebruik maken van standaarden op het gebied van informatieuitwisseling.

Om deze doelstellingen te bereiken is er in samenwerking met partners een webportal ontwikkelt: “Real Time Overdracht” (RTO). Deze biedt een platform om dossiers uit te wisselen. De gehanteerde standaard is het zogenaamde DOD (Digitaal Overdrachts Dossier). Later is dit samen gegaan met ELD (Elektronisch Leerling Dossier).

Werking systeem
De PO scholen zetten het DOD van leerlingen uit groep 8 in het systeem. Ontvangende VO scholen zoeken aan de hand van het BSN dit dossier op en importeren dit in hun leerling-administratiesysteem.

Ervaringen
De ervaringen in de regio Eindhoven zijn ronduit positief. Het gebruik van het systeem leidt tot minder fouten, snellere administratieve afhandeling en een betere terugkoppeling. Het is niet nodig hele dossiers te kopiëren en handmatig in te voeren.
De vraag is nu of we dit ook gaan gebruiken voor onze VMBO tak. Eerst moet er nog een principiële uitspraak volgen voor onze deelname. Vervolgens moet gekeken worden of ons leerlingadministratiesysteem, Magister, DOD kan importeren. Wordt vervolgd….

SocialThing: Mogelijk elastiekje?

st_logo

SocialThing is ook zo’n bedrijfje in Beta-fase, dus nu nog veel beloftes. Toch hoop ik dat ze waar maken wat ze beloven: één applicatie om op meerdere sociale netwerken te publiceren. Bijvoorbeeld: foto’s posten naar Flickr, tweets naar Twitter, artikelen naar je blog etc. Vervolgend wordt alles onder elkaar gezet in een lifestream. En je kunt anderen hun lifestream ook volgen. Het voordeel: 1 centrale plaats voor het publiceren van al je content.

socialthing

Randvoorwaarde is wel dat al die sociale netwerken hun interface openen in de vorm van API’s of webservices. Eigenlijk moet dat toch niet zo moeilijk zijn. Er zijn al losse applicaties om foto’s naar Flickr te posten, zonder Flickr te hoeven bezoeken. Met LiveWriter kan ik offline bloggen, zonder mijn blog te bezoeken. Als dat soort programma’s nu gecombineerd worden…

Laptop: Hulpmiddel of afleiding?

Geen diepgaand bericht of zo, maar onderstaand filmpje zette me toch aan het denken. Daarnaast vindt ik de animatie stijl mooi.

Cloudo – Desktop in je browser

cloudo

 

 

 

Het gaat op termijn van PC naar netwerk naar datacenter naar cloud, als je al het nieuws moet geloven. Oftwel je bestanden en zelfs de applicaties staan elders. De lokale pc hoeft eigenlijk alleen maar een browser te hebben en een dikke pijplijn naar internet. Google heeft zijn eigen wolkje maar ook andere grote partijen bieden dit aan.

Cloudo lift een beetje mee, althans in benaming, op deze trend. Vooralsnog in gesloten beta, maar ze beloven via de browser een "desktop-ervaring" te kunnen bieden. Uitgebreidere beschouwing hier. Dus in je browser een startmenu, vensters, iconen, programma’s etc. Voordeel: overal waar je bent, zolang er internet is, kun je bij je PC.

Demonstratie:

Nieuw behang

Skin, template, theme of gewoon "behang", soms ben je aan iets nieuws toe. Dus even een andere theme uitgezocht, vandaar de andere stijl/lay-out. Deze is wat rustiger en strak.

www.123456789.nl

sidn.jpg 

Voor bedrijven was het al een tijd mogelijk, maar vanaf 28 februari kunnen we domeinnamen vastleggen met alleen nummers. Een toepassing kan zijn datums: Geboortedatum, trouwdatum of andere historische momenten in ons of andermans privéleven.

Spagaat: Losse tools of monoliet

Willem reageert op de vorige post terecht:

“Dus als tool vast handig, maar we zijn niet meer op zoek naar losse tools.”
Dus daar zijn jullie het al over eens? Voor mij is dat nog steeds de vraag:
Een aantal losse tools die heel goed zijn in waar ze voor gebouwd zijn en ook niet meer dan dat heeft ook zo z’n voordelen! Als al die losse tools dan vervolgens maar goed met elkaar kunnen “babbelen”.

De kern zit hem zeker in het “babbelen”!

Maar eerst even de spagaat toelichten: Aan de ene kant is gebleken dat grote monsterapplicaties die alles willen kunnen, niet werken. Na verloop van tijd worden ze te complex om snel te kunnen aanpassen aan veranderende processen. Aan de andere kant: als je voor elk stukje functionaliteit een tool in huis haalt, dan is door de wildgroei het totaal niet meer te beheersen. Daarnaast hebben leveranciers van tools de neiging om de functionaliteit uit te breiden, per stuk te portaliseren en voor je het weet zit je met een heel portal-landschap van applicaties die min of meer hetzelfde kunnen.

Nu het babbelen: oudere tools kunnen vaak wel babbelen met elkaar door bijvoorbeeld database connecties of interfaces tussen 2 tools te bouwen. Nadeel: per combinatie van tool is dit vaak custom werk.

Wat nu als de manier van het babbelen bij voorbaat is gedefinieerd? Dan is er per tool maar 1 interface te bouwen. Tussen de tool en de babbelstandaard en niet tussen elke mogelijke combinatie van tools.

Dit is er natuurlijk al lang, zie SOA en webservices.

Dan zouden tools zich kunnen beperken tot één ding waar ze goed in zijn, en dat als een service aanbieden.  Van leveranciers vraag je dan geen los te distribueren applicatie, maar een webservice die gepubliceerd wordt voor je andere webservices.

Zoals Google gaat doen door zijn API nog meer open te stellen waardoor straks websites webservices kunnen koppelen aan Google tools. De specifieke functionaliteit van een tool wordt hiermee gehangen in een groter geheel (van Google).

Opening

Vanaf 1 januari (goed voornemen?) is deze e-log geopend.
Wat betref de naam www.blogisch.nl, ere wie ere toekomt: ik heb de naam niet zelf verzonnen, maar kwam het tegen in dit artikel van Volkert Deen. Hij is redacteur van ComputerTotaal. Ik vond de naam wel passend, ook gezien de voordelen die hij noemt boven ouderwetse media.