Nieuwe programmamanager Parell
Ik wens Loek van den Ham veel succes als programmamanager Parell!
Weblog van Joël de Bruijn
Ik wens Loek van den Ham veel succes als programmamanager Parell!
Sinds kort schrijf ik samen met anderen van Parell op de groepsblog daar. Aan bod kwamen: De bijeenkomst kenniskring met bestuurders, de Netwerkschool3.0 van de Argumentenfabriek, Aan- en afwezigheidonderzoek van inspectie en Onderwijslogistiek van Triple A. Meer is te lezen hier.
Ik ben vandaag aanwezig geweest bij een PARELL bijeenkomst en bij deze een impressie.
Er loopt een onderzoek onder bestuurders en hun contactpersonen, over de relatie tussen onderwijs, ict en bedrijfsvoering. In de vorm van interviews. Doel is te achterhalen waar ‘blinde vlekken’ zitten op dit terrein. Ook de betrokkenheid van bestuurders wordt gestimuleerd, door actief te inventariseren welke vragen er leven op het gebied van onderwijsbedrijfsvoering en flexibilisering.
Vervolgens vertelt Hans van Honk (Procesmanagement MBO2010) over het streefbeeld 2010 van staatsecretaris OCW:
Het doel van procesmangement mbo2010: ROC’’s ondersteunen bij modernisering via
MBO2010 houdt zich bezig met 3 thema’s:
Wat wordt er dan onder bedrijfsvoering verstaan? Hans hanteert de definitie:
“Afgestemd geheel van mensen, middelen, sytemen t.b.v. realisatie doelstellingen en succesvolle uitvoering van processen in onderwijs.”
Afgeleid hiervan is onderwijslogistiek:
“Afgestemd geheel van beschikbaarheid van mensen en middelen t.b.v. succesvolle uitvoering processen in het onderwijs”.
De werkwijze binnen het thema bedrijfsvoering, volgt de volgende stappen:
Processen -> Functineel Ontwerp -> Instrumenten -> Gebruik
Het complete plaatje is hier terug te vinden en de presentatie van Hans volgt hieronder:
Op de Parell bijeenkomst van vandaag gaf Artefaction een demonstratie van hun onderwijscalculator. Jef heeft hier ook over geschreven.
Achtergrond van het model op inhoud:
Vervolgens volgde een demonstratie:
Het begint met de inrichting van het model met je eigen parameters: sectoren, personeelssoorten, activiteitssoorten, leerwegsoorten en ruimtesoorten. Elke parameter heeft attributen zoals aantallen, fte, tarieven en euri. Daarna wordt het aanbod van opleidingen van een team ingevuld en wat men er voor nodig heeft. Ook is per opleiding weer in te vullen wat voor soort onderwijsactiviteiten er zijn. Dit kan zo fijnmazig als je wilt.
Uiteindelijk leidt dit een rapport: wat zijn de totale kosten van een opleiding, wat kost deze opleiding per student. Als vervolgens met de parameters gespeeld wordt, zie je direct het effect op benodigde personeel, ruimtes en kosten.
Vragen en opmerkingen:
Marketing-samenvatting Artefaction: Vorig jaar zei men “Ik heb geen instrument, had ik er maar een dan kon ik het uitrekenen”. Die tijd is voorbij.
Zoals ik al eerder doorpubliceerde komt er op 12 februari een congres Onderwijslogistiek en CGO.
Nu zijn ook de parallelsessies bekend:
Eerste ronde parallelle sessies (14.45)
Tweede ronde parallelle sessies (15.45)
Voor meer details over de inhoud van de sessies, klik hier.
Wellicht ten overvloede de locatie: ROC van Amsterdam, Tempelhofstraat 80, 1043 EB Amsterdam
Ben Geerdink sluit de conferentie en vertelt dat er een notitie lag: SAMBO-ICT. Dat staat voor “Samenwerking BeroepsOnderwijs ICT” en zou een nieuwe club worden, waarin de netwerken ROC-i-Partners, DEUG, Parell, BVE Platform, TripleA zouden samenkomen. Uiteindelijk moeten hierin allerlei aspecten van onderwijsbedrijfsvoering aan bod komen.
Het idee is om de verenigingsstructuur van de MBO Raad te gebruiken om de activiteiten van verschillende netwerken samen te brengen. Echter het organiseren van deze samenwerking vergt tijd, dus wordt er gezocht naar een interim-oplossing.
Ben doet een oproep: als iemand in dit interim “gat” wil springen, voel je dan geroepen.
Vervolgens wordt de voorzittershamer overgedragen aan het Deltion College dat op 17 september in Zwolle gastheer is voor de 20ste conferentie.
Ik was gisteren weer aanwezig bij een PARELL bijeenkomst. Ondertussen is bekend geworden wie programmamanager wordt: Gisela Lindner. Veel succes als “kartrekker”!
Omdat het overleg gedeeltelijk mededelend en uitwisselend van aard was, komt er in dit blogje van alles voorbij, maar ik wilde het toch delen.
Er bleek een uitgebreid artikel over Parell verschenen te zijn in de MBO Krant. Voor wie iets meer wilt weten over de doelstellingen een aanrader, op bladzijde 4 en 11. Overigens kende ik het initiatief tot deze krant niet, maar ik kom er achter dat alle publicaties van MBO2010 via deze feed te volgen zijn. De aandachtsgebieden op het gebied van onderwijsbedrijfsvoering en de link met PARELL is uitgewerkt in bijgaand model.
Verder deed Frida Hengeveld een oproep aan alle contactpersonen om binnen hun organsiatie ook na te gaan wat de behoefte is bij bestuurders van ROC’s. Welke vragen leven er op het gebied van onderwijsbedrijfsvoering en hoe geven we participatie en uitwisseling vorm? De betrokkenheid op dit niveau is onontbeerlijk maar blijft een uitdaging. Ook gisteren was de opkomst van contactpersonen beperkt. Overigens heeft elk startend netwerk of community in het begin nog niet genoeg “tractie” om op impuls door te drijven. Dat kost altijd tijd en een “kartrekker”
.
Ondertussen gaat er een tweede tranche met geld naar TripleA voor o.a. de uitwerking van de overige onderdelen. De producten die dit oplevert zijn niet alleen beschikbaar voor de instellingen die meededen aan de aanbesteding van Kernregistratie Deelnemers, maar voor alle instellingen.
Vervolgens gaven 3 ROC’s een presentatie van hun ervaringen, tot nu toe, met de doorbraak-projecten-HPBO: Excellent Leren, Excellent Organiseren.
Zijdelings kwam nog even ter sprake dat het Expertise Centrum Beroepsonderwijs een soort R&D functie binnen de BVE sector moet krijgen. Met als doel:
Het ECBO zal wetenschappelijke en praktijkgerichte kennis ontwikkelen, verzamelen en verspreiden die voor het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie relevant zijn. Het expertisecentrum zal zich de komende jaren ontwikkelen tot hèt informatiepunt voor de sector.
Als dit bijdraagt aan meer “Evidence Based Onderwijs” dan juich ik dit natuurlijk toe. Als er iemand is die een beetje overzicht houdt over alle expertisecentra, dan houd ik mij aanbevolen
.
Al met al een nuttige bijeenkomst!
OK, welke bollenplaat bestaat er nu uit rechthoeken? Soms ontstaat een bijnaam uit de vorm van model-onderdelen die later shape-shiften.
Het was voor mij de eerste kennismaking met het gedeelte onderwijslogistiek binnen de bollenplaat. De kernregistratie kennen we wel zo’n beetje. De processen binnen onderwijslogistiek zijn als volgt samen te vatten:
Eigen indruk: het “machientje” dat voordurend intelligent omgaat met veranderende vragen van een individu en hierop resources matcht is in mijn ogen raketwetenschap. Tegelijkertijd is het het hart van de logistiek. Dit soort geavanceerde functionaliteit wordt wellicht ook geboden in de wereld van transportlogistiek.
Tegelijkertijd vraag ik me af of dit alleen nodig is omdat het oplossingen biedt voor complexheid die we zelf organiseren. Als er ruimte is voor zelforganiserend vermogen van kleinere teams dan speelt dit wellicht minder. Dus de schaal waarop iets gepland of gematcht wordt speelt een rol.
Vanuit TripleA is men nu bezig om het programma van eisen verder uit te werken. Dat gebeurt door deelnemende instellingen gezamenlijk. Onduidelijk is nog in hoeverre ook de implementatie gezamenlijk wordt uitgevoerd.
Ik was vandaag bij een PARELL bijeenkomst en er stonden 2 zaken op de agenda: de ervaringen uit de workshops “Flexcollege” die kennisnet heeft gegeven op o.a. ROC Eindhoven en ROC Nijmegen en de stand van zaken binnen TripleA op het gebied van het onderwijslogistieke deel van de bollenplaat.
In de workshops “Flexcollege” wordt een simulatie uitgevoerd. Van te voren wordt in een intake bepaald welke leervragen een CVB heeft. Deze leiden tot onderzoeksvragen die de workshop inhoud geven. Uit de eerste bijeenkomst komen dan voorlopige conclusies die weer als input dienen voor een tweede deel (waarin gekeken wordt naar oplossingsrichtingen). Door je aanbod, personeel etc. vast te leggen in een onderwijsmodel kunnen er bepaalde keuzes ingevoerd worden. De simulatie gaat deze keuzes vervolgens doorrekenen. Een paar opmerkingen:
Jeroen Winkelhorst van ROC Nijmegen presenteerde daarna hun specifieke leerpunten:
Praktisch: Het is goed om bij deze workshop mensen te betrekken uit alle lagen en delen van je instelling.
Inhoudelijk voor wat betreft flexibilisering:
Eigen indruk: ik verwacht dat de workshops zeker bijdragen aan het spelen en stoeien met flexibilisering en mogelijke keuzes. Daarnaast hoop ik dat de vorming van domeinen binnen de MBO sector ook structureel meer ruimte biedt aan flexibilisering. Mijn vraag of domeinvorming van invloed is op de algoritmen in de simulatie zou worden meegenomen.
Afgelopen week was ik aanwezig bij een PARELL bijeenkomst. Opvallend is de diversiteit van de deelnemers en bezoekers. Beleidsmedewerkers, informatiemanagers en innovators. Waarschijnlijk komt dit doordat onderwijsbedrijfsvoering zoveel vlakken raakt. Voor het ‘netwerk’ effect van PARELL is dat alleen maar goed. Al snel kwam het profiel van de programmamanger naar voren en omdat daarin veel verteld wordt over PARELL zelf, herhaal ik het hier:
PARELL stimuleert, faciliteert en coördineert de kennisdeling en kennisontwikkeling op het gebied van onderbedrijfsvoering in het MBO. De activiteiten van PARELL resulteren in concrete producten en modellen die MBO-scholen kunnen helpen bij het verbeteren van de kwaliteit van hun onderwijsbedrijfsvoering en daarmee de kwaliteit van het onderwijs.
Daarna kregen we onder begeleiding van Artefaction een opdracht mee, n.a.v. hun onderzoek uitgevoerd bij ROC Friesland. ROC Friesland gaf hiermee openhartig een kijkje in eigen keuken!
Maaike Kessel vertelt dat ze zien dat in het onderwijsveld het onderwijskundig perspectief domineert. Het organisatiekundig perspectief blijft daarop achter. Alhoewel ik dit als volgorde juist vindt, kan het één niet zonder de ander. Als het onderwijs innoveert zonder de organisatie te innoveren, loopt het geheel spaak. De vraag die steeds terugkomt is dan: welke eisen stelt het nieuwe onderwijs aan de organisaties van ROC’s?
Hierbij spelen 2 wetmatigheden een rol:
Flexibel onderwijs op maat leidt tot hogere, soms onbetaalbare, kosten. Hoe kun je dan efficiencyverlies compenseren? In andere branches zijn deze mogelijkheden van ‘mass-customisation’ (Davis 1979 ‘Future Perfect’) al onder zocht. Hoe pas je echter ‘massa-maatwerk’ in het onderwijs toe? Hiervoor zijn 7 scenario’s mogelijk. Jef van den Hurk heeft hierover al geschreven. Zijn vraag was toen: “Onder welk scenario valt zelforganisatie?” Zoals ik het nu begrijp valt dat in bepaalde gevallen onder het scenario “De eenheid van organisatie vergroten”. Want zoals Jef zelf zegt:
“Enkele docenten op een grotere groep studenten, waardoor de flexibiliteit binnen die groep toenemen. Naar mijn idee is dit niet een louter onderwijsaangelegenheid. Wat er in feite gebeurt, is dat er wordt gedecentraliseerd. In plaats van een centrale planning waarop docenten voor een beperkte tijd aan groepen leerlingen worden gekoppeld (=les) komt er een planning op hoofdlijnen. De verfijnde planning wordt overgelaten aan het team en de groep studenten.”
Binnen de VMBO tak van onze eigen organisatie heb ik dit ook gezien. Voorbeelden waarin 3 vakken, 4 groepen, 4 docenten en 4 lokalen op een heel dagdeel geroosterd werden. De student en docent hadden dan van uur tot uur een vak en lokaal vermeld staan, echter men liet de studenten zelf de volgorde van opdrachten kiezen waarbij dus rondgelopen werd van ene lokaal naar het andere. Tijdens de aaneengeschakelde uren. Indirect is de redenatie van een groep docenten: geef ons een paar lokalen en groepen op een dagdeel en we regelen zelf de rest. De zelf-organisatie werd vormgegeven middels een balie waar de student een activiteit ophaalde. Vervolgens naar de ruimte ging waar dit uitgevoerd kon worden en daar een docent trof die er inhoudelijk bij kon ondersteunen.
Er kwam een vraag uit de zaal: “Is er al bekend wat de optimale grootte is van een module?” oftwel in mijn woorden: “Wat is de ideale balgrootte in de ballenbak?” Hierop kwam veel reactie, samenvattend: dat kan afhangen van het thema, het vak, de noodzaak tot lint-leren (opbouw heeft een verplichte volgorde) en dat beperkt de flexibiliteit.
Zoals bij alle strategieën geldt ook hier dat het combineren ervan cruciaal is. Er ontstond wat discussie over het niveau waarop deze 7 scenarios’s een hulpmiddel zijn. Kies je een ‘combi’ scenario op ROC niveau of op teamniveau? Het laatste zou betekenen dat er verschillende variatie-scenario’s gebruikt worden, binnen één organisatie. Variëren in variatie-scenario’s zeg maar. Aan de andere kant is één gekozen vorm van bovenaf, vaak niet werkbaar voor specifieke teams.
Zelf schoot me de vergelijking met lopende band werk te binnen: een lopende band ontwerpen, zonder massa maatwerk, is alleen nuttig bij ‘bulk’ productie. Bepaalde niches hebben daar geen schaalvoordelen van. Sommige opleiding zijn meer te vergelijken met ‘niches’, dan met ‘intensieve leerlinghouderij’.
Lessen geleerd vanuit het Friesland College:
Vervolgens gingen we als workshop verder aan de slag: elke tafel stelde een opleiding of ondersteunende dienst voor waarbij een specifiek knelpunt speelt. De opdracht was om met de scenario’s in gedachten, te bedenken hoe dat respectieve team geholpen zou kunnen worden. Dat leidde in mijn ogen maar beperkt tot praktische tips. Dat kan ook eigenlijk niet: daarvoor is de problematiek te complex. Wat ik zelf wel leerzaam vond is het worstelen met een specifieke case, waarbij de 7 scenario’s het ‘grijpbaarder’ maken.
Er staat voor 20 juni weer een bijeenkomst gepland, deze keer bij Berenschot in Utrecht. Van de vorige bijeenkomsten zijn ondertussen de presentaties klaar. (o.a. Flexibel Leren en Triple A stand van zaken)
Het model dat Parell linkt met lopende projecten, Triple A en de netwerkschool is hier te vinden.
Mijn eigen verslagje is hier te vinden.